is toegevoegd aan uw favorieten.

Tubantiana

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Wetteringen ') was gekomen, werd zijne koets door de soldaten aangehouden, die den graaf vriendelijk verzochten even te wachten, wijl zijn hoogvorstelijke genade, de bisschop, hem zoo gaarne spreken wilde.

De bisschop verscheen heel spoedig en bepraatte den graaf om bij hem in het bisschoppelijk rijtuig plaats te nemen en met hem naar zijn slot Ahuizen te rijden. De graaf was zijn vriend ter wille en het ging in plaats van op Bentheim nu op Ahuizen los.

Den volgenden morgen reed de bisschop met den graaf en den Jezuïet Cörler naar Koesfeld. De graaf werd het kasteel aldaar tot verblijf aangewezen, terwijl zijne bedienden in de stad zouden logeeren. Deze laatsten, zeker vermoedende, dat het alles doorgestoken werk was, begrepen het gevaar en vermaanden, bij het heengaan, hunnen meester, dat hij toch bij den Hervormden godsdienst zou blijven. Het antwoord van den graaf bestond in zuchten en handenwringen. Aan tafel was hij zeer gedrukt. Na den maaltijd onderhielden zich de Munstersche domkoster, Van Korf Schmiesing geheeten, de Jezuïet Cörler en andere vertrouwelingen van den bisschop, langdurig met den graaf. Den volgenden dag gevoelde hij zich ongesteld en hield tot den middag het bed. Had hij zich misschien vroeger reeds veel te ver met den

') Men zie Visch „Gescli. v. d. Graafsch. Bentli." rag. 196 v.v.

3