is toegevoegd aan uw favorieten.

Tubantiana

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerken reeds eene Opleidings-classe bezaten. Eigenaardig ging men te werk om den rechten man daarvoor te vinden. Er werd een vast- en bededag gehouden. ') De kudde was dien dag te Brandlegt in een boeren-woning vergaderd. Broeder Sundag hield een toespraak en ging voor in het gebed. Eerst werd daarop het lot geworpen over de vraag: of men thans al dan niet overgaan zou tot de keuze van een jongeling. Nu werden 3 briefjes in de bus gedaan, twee met nul en één met ja. Toen getrokken werd, kwam het ja er uit. Dus er moest tot keuze worden -overgegaan. Er was een drietal jongelingen, die men meende, dat er voor in aanmerking konden komen: Jan Bavinck, Frederik Huisken en Jan Harrn Reurick. Nu moest, meende men, ten tweeden male geloot, om te weten of het een van deze, dan wel een ander was, wiens naam men nu nog niet wist, maar dien men wederom door een nul zou aanduiden. Thans gingen de drie genoemde namen en zes briefjes met nul in de bus. — Getrokken zijnde kwam de naam van Jan Bavinck er uit, een nog zeer jeugdig en scrupel jongeling. Hij was dus de gekozene. Of nu deze manier van keuze door 't lot te loven of te laken valt, blijve hier onbeslist. Alleen

') Iets wat destyds wegens den nood der tijden dikwijls geschiedde. Schrijver dezes was toen nog een kind. Het heugt hem echter nog levendig, dat hy als kleine jongen, op die vastdagen, waarop hij heel den dag ook geen boterham kreeg, niet zeer gesteld was.