Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook bij de latere natuurphilosophen speelde liet onderzoek der natuur eene groote rol en werd vermengd met hunne overige meeningen en leerstellingen. Dit komt vooral duidelijk uit bij de Pythagoreeërs, zoo geheeten naar Pythagokas (569—470 v. Chr.), geboren op het eiland Samos, die vooral in het zuiden van Italië leerde. Zooals bekend is, grondvestten zij hunne leer op de wiskunde, en een deibelangrijkste stellingen van de meetkunde draagt nog heden den naam van stelling van Pythagoras. Maar zij beoefenden ook de sterrenkunde en de muziek : zoo vonden zij b.v. de verhoudingen tusschen de trillingsgetallen der harmonische tonen, en dit leidde hen er toe, om de wereldorde tot getallenverhoudingen terug te brengen. „Het wezen aller dingen is het getal", dat was de grondslag hunner leer. Hunne meeningen over het ontstaan der wereld zijn vol van hersenschimmige denkbeelden. Doch ook in den mensch stelden zij belang; zij leidden een streng zedelijk leven en hadden een zeer geheimzinnigen eeredienst.

Het is niet mogelijk en ook niet noodig, om ons hier met alle wijsgeeren der klassieke oudheid bezig te houden; het zij voldoende te zeggen, dat zij allen een belangrijk gedeelte hunner leer aan de natuur wijden, zonder in den echten zin des woords natuuronderzoekers te zijn. Wij noemen hier slechts Xenophanes (omstreeks 525 v. Chr.) van Ivolophon, den grondvester van de leer der vier elementen: aarde, lucht, vuur en water, wiens leerstellingen overigens een zedelijk godsdienstige kern bevatten; Heraclites (omstreeks 500 v. Chr.), geboren te Epliese, bijgenaamd „de duistere", bekend door zijn geschrift „Over de natuur", voor wien de wereld een voortdurende stroom is, die uit vuur ontstaat en tot vuur terugkeert, door wien ook een strenge zedeleer werd opgesteld; Democritus (464—362 v. Chr.) van Abdera, den vader der atomenleer.

Reeds in dezen tijd en ook later trad de mensch meer op den voorgrond en werd hoofdvoorwerp van het wijsgeerig denken. Dit was vooral het geval bij het beroemde driemanschap der klassieke oudheid : Socrates (469—399 v. Chr.), Plato (429—347 v. Chr.) en Aristoteles. De beide eersten werden te Athene geboren, de laatste te Stagira op het schiereiland Chalcidice. Maar het is toch zeer opmerkelijk, dat juist van hen de verdeeling der wetenschap in logica, ethica en physica afkomstig is. Ook hier speelt dus

Sluiten