is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op bevel van paus Urbanus VIII de leer van de beweging der aarde om de zon voor den inquisitieraad afzweren en vervloeken ?

Hierop antwoorden wij, dat de beklagenswaardige Hypatja wel op eene afschuwelijke wijze door het grauw van Alexandrie is omgebracht, maar dat uit de nasporingen, die in den laatsten tijd gedaan zijn, gebleken is, dat Cyrillus, die van 412 444 het ambt van bisschop bekleedde, daarin de hand niet heeft gehad en dus aan den dood dezer wijsgeer onschuldig is. W at Galileï betreft, is liet volkomen waar, dat hij, na eerst 23 dagen in liet paleis der inquisitie gevangen te hebben gezeten, gedwongen werd om zijne zoogenaamde ketterijen af te zweren. Dat men hem daartoe ook door lichamelijke folteringen zou hebben genoodzaakt, kan niet voldoende bewezen worden; wel staat het vast, dat men hem ook na zijne herroeping van het stelsel van Copernicus toch bleef wantrouwen, en hij tot aan zijn dood toe onder het opzicht der inquisitie bleef.

Maar vooral vragen wij, of het wel eerlijk is, om den moord van Hypatia door het gepeupel van Alexandrie en de schandelijke behandeling van Galileï door de inquisitie op rekening van het Christendom te schuiven. Zulke misdaden kan men toch waarlijk niet met een tekst uit den Bijbel of met uitspraken van Christus verklaren en verdedigen. De factoien, die het tragische conflict in het leven van den eerzuchtigen Galileï deden ontstaan, waren menschelijke dwaling, onverstandige ijver, haat zijner persoonlijke vijanden en bovenal de geheel andere toestanden en meeningen van die tijden. Gelijk zoo dikwijls, is men ook wederom hier geneigd 0111 de gebreken van hen, die den naam van Christus dragen, aan hemzelven en aan zijne leer toe te schrijven. Christus, de vader van de vrijheid der natuurwetenschap! Dat klinkt menigeen in het oor als een paradox, als eene wonderspreuk, en toch is het waar. Vooral zal dit duidelijk worden, wanneer we er nog eens op wijzen, met welke ketenen de natuurwetenschap gebonden was tijdens het oude heidendom, dat, gelijk wij reeds geschetst hebben, godsdienst en natuur dooreenmengde. Hoe geheel anders beschouwde Christus de natuur, en hoe klaar en duidelijk blinkt zijne leer uit boven al de naïeve en dwaze legenden, die het gevolg waren van de heidensche natuurbeschouwing. Dit zal ons nog veel helderder worden, wanneer wij in het