is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van wetenschap en staatkunde: juist daardoor tocli geldt zij voor alle menschen zonder onderscheid. Wat zou het gevolg zijn, indien er voor het aannemen en begrijpen van het Christendom een buitengewoon verstand, een zekere mate van wetenschappelijke ontwikkeling noodig ware ? Millioenen menschen zouden dan van het Christendom zijn uitgesloten, en de Christenen zouden dan eene klasse van menschen vórmen, die door hunne wetenschap en hun verstand streng van de buiten hen staanden onderscheiden waren. Nu is dat echter niet zoo. Christus verlangt geene verstandelijke, geene wetenschappelijke kennis, waartoe vele, ja de meeste menschen niet bekwaam zouden zijn; maar eene getuigenis, eene ervaring van het hart, die buiten niemands bereik ligt. Hierin ligt de sleutel voor de oplossing van den raadselachtigen overwinningstocht van het Christendom door de wereld en voor zijne geheel eenige algemeenheid; deze toch is grooter dan bij eenige andere leer, bovenal grooter dan bij eene leer vol wetenschap en politiek. Wanneer het Christendom niet universeel, niet algemeen ware, hoe zou Christus dan hebben kunnen zeggen: „gaat heen in de geheele wereld, predikt het evangelie aan alle creaturen" ? (Markus 16 vers 15). Daarom staat er ook geschreven: „die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden" (Markus 16 vers 16), en niet: wie weet en begrijpt, zal zalig worden.

Het is heel dwaas om aan te nemen, dat het Christendom niet voor alle menschen bestemd zou zijn, maar slechts voor eene bepaalde klasse of voor enkele groepen van personen, b.v. voor kinderen, vrouwen en verdrukten, of voor de lagere standen en voor de theologen. Neen, het is voor iedereen, voor armen en rijken, voor aanzienlijken en geringen, voor geleerden en ongeleerden, voor vrouwen en mannen, voor jongelingen en grijsaards, voor Nederlanders en Soembaneezen. Deze onbegrensde algemeenheid heeft het vooral daaraan te danken, dat het zich eene wijze beperking heeft opgelegd en streng vermijdt, om in te grijpen op andere terreinen, vooral op het gebied der natuurwetenschap.

Overal in het practische leven nemen we het gevolg van deze beperking waar: op alle terreinen, onder alle beoefenaars van wetenschappen en kunsten, bij mannen van theorie en praktijk ontmoeten wij Christenen en niet-Christenen, geloovige aanhangers van Christus, onverschilligen en vijanden. Hoe ware dit mogelijk, wanneer de leer van Christus