Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen juiste houdt, in de natuur in te leggen of in te persen. Hierbij komt, dat deze symboliek menigmaal ontaardt in eene mystiek, die onaangenaam aandoet, en zich bedient van eene duistere en geheimzinnige taal, die den echten natuuronderzoeker een gruwel is.

Inderdaad, deze nieuwere symboliek is niets beter dan de bekende mystieke natuurphilosophie uit de eerste helft der vorige eeuw, of als de gedwongen verklaring van den reeds genoemden E. Hückel, die in de afstooting en aantrekking der atomen haat en liefde ziet, of als de spitsvondige redeneeringen van J. G. Vogt, die in een in het jaar 1889 verschenen werk aan de stofdeeltjes een gevoel voor smart toeschrijft. Even onwetenschappelijk is deze symboliek als de naïeve natuurbeschouwing der oude werken over kruidkunde, wier schrijvers uit den vorm van een hart- of niervormig blad meenden te moeten afleiden, dat zulk een blad of de daarbij behoorende plant een geneesmiddel zou zijn tegen hartkwalen of tegen nierziekten.

Nu beweren echter de voorstanders dezer symboliek, dat zij op den bodem des Bijbels staan en dat hunne leer geheel overeenkomt met die van Christus. Hiertegen moet ik evenwel zeer beslist opkomen; in de uitspraken van Christus is niets, wat hunne bewering bevestigt, al bedient de Heiland zich zeer dikwijls van natuurverschijnsels, om aan zijne toehoorders duidelijk te maken, wat hij bedoelt.

Op welke wijze doet hij dit?

In de eerste plaats ontmoet men in de redenen van Christus een groot aantal aan de natuur ontleende beelden; zoo maakt hij gebruik van dieren, wier aard onder het volk spreekwoordelijk geworden is en zegt: „Zie ik zend u als schapen in het midden der wolven: zijt dan voorzichtig gelijk de slangen en oprecht gelijk de duiven" (Mattheus 10 vers 16). „Het oog noemt hij „de kaars des lichaains" (Lukas 11 vers 34), en wanneer hij den machtigen invloed schetsen wil, dien het goede en liet kwade op den mensch uitoefenen, bedient hij zich gaarne van het beeld van het zuurdeeg. „Wacht u van den zuurdeesem der Farizeeën en Sadduceeën (Mattheus 16 vers 6); „Ziet toe, wacht u van den zuurdeesem der Farizeeën en van den zuurdeesem van Herodes (Markus 8 vers 15). Om zijne wederkomst te teekenen, herinnert hij aan den bliksem en zegt: „Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het

Sluiten