is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

historisch juist en van beteekenis, maar alles, wat indruischt tegen de moderne opvatting van de wet der causaliteit, de wet van oorzaak en gevolg, wordt als onhistorisch verworpen.

Dat is nu wel heel eenvoudig, maar men kan toch met recht vragen: wanneer alles historisch onjuist moet wezen, wat u niet past, waarom moet dan, juist dat, wat u wel past, geschiedkundig maar zijn ? De ware gevolgtrekking uit uwe redeneering kan mijns inziens geene andere zijn dan deze, dat Christus eigenlijk nooit bestaan heeft en niet veel meer is dan een persoon uit een sprookje. Wat de berichten van het Nieuwe Testament aangaande de teekenen en wonderen van Jezus betreft, zie ik voor mij slechts twee mogelijkheden : óf zij verhalen gebeurtenissen, die werkelijk eens geschied zijn, öf zij doen dat niet. In het laatste geval ontvalt mij ook al het andere, wat in de Evangeliën aangaande Christus geschreven is, en het geheele Nieuwe Testament is dan een geschrift, waarin men waarheid en verdichting niet meer uit elkaar kan houden, of wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt, het is enkel verdichting. Dit is echter, ook blijkens het geheele karakter der Nieuw-Testamentische schriften, eenvoudig ondenkbaar en onmogelijk. De schrijvers der Evangeliën, ook van het vierde, gronden zich in hunne verhalen onvoorwaardelijk op feiten, en zulke woorden en verhalen als wij daar lezen, had zelfs het allersluwste bedrog nooit kunnen uitdenken.

Indien we ons nu op dit laatste alleen-juiste standpunt plaatsen, dan komen wij ook te staan voor dit alternatief: öf de wonderen van Christus zijn op natuurlijke wijze te verklaren, óf zij zijn het niet. In het eerste geval echter ware de persoon, die ze verrichtte, een zwendelaar of een goochelaar, die door leugen en bedrog de wereld eeuwen lang bedrogen heeft; dit is echter in velerlei opzicht een onmogelijke gedachte ; onmogelijk met het oog op den verheven persoon van Christus, zooals hij ons in de Evangeliën tegemoet treedt; onmogelijk, wanneer men aan den machtigen invloed denkt, die van hem uitging ; onmogelijk met het oog op het geloof aan eene zedelijke wereldorde.

Er blijft dus slechts de andere mogelijkheid over: de wonderen van Jezus zijn niet natuurlijk, niet door middel der thans bekende natuurwetten en natuurkrachten te verklaren. Het is echter wel mogelijk en denkbaar, dat er voor sommige van die teekenen wellicht eene natuurlijke