is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewijzigd zijn, en thans vele erfelijke verschillen vertoonen met hunne in Europa gebleven rasgenooten; en zonder den grooten jaarlijkschen toevloed van landverhuizers ware er misschien in de Vereenigde Staten reeds een duidelijk gekenmerkt nieuw ras ontstaan. Het verwilderde paard der Zuid-Amerikaansche pampa's I ïeeft een kleiner romp en een grooter kop verkregen dan zijne Europeesche stamgenooten. Europeesche schapen, die naar West-Indië gebracht worden, verkrijgen na eenige generaties de erfelijke eigenschap van weinig wol te bezitten. In Angora is bij honden, katten en geiten het bezit van lange, zijdeachtige haren eene erfelijke eigenschap geworden. De eigenaardige neus der Bourbons en de lip der Habsburgers zijn eeuwen lang overgeërfd. Door kunstmatige teeltkeus zou men er zelfs in geslaagd zijn, om van een hond zonder staart ook staartlooze nakomelingen te verkrijgen, en evenzoo staartlooze koeien van een stier, die door een ongeluk den staart had verloren, doch deze monstruositeiten zijn na een paar generaties weer verdwenen. •

De erfelijkheid is een uiterst ingewikkeld vraagstuk, en al de theorieën en hypothesen, die ter verklaring daarvan in den laatsten tijd zijn opgesteld door Lamarck en Darwin, door Louis Erlsberg en E. Haeckel, door Karl Wilhelm Nageli (1817—1891) en Hugo de Vries, door A. Weismann en Oscar Hertwig (geb. 1849), hebben over het hoe der overerving slechts weinig of geen licht verspreid.

Beschouwen we in de derde plaats den strijd om het leven. Zou die strijd inderdaad zoo hevig zijn, als de Darwinisten beweren? Voorzeker niet. Men kan het toch in werkelijkheid geen strijd noemen, dat tallooze zaden niet ontkiemen, maar óf vergaan óf door dieren opgegeten worden ; dat ontelbare eieren van visschen en andere dieren te gronde gaan of verslonden worden ; dat elke plant en elk dier zich zoo goed mogelijk tracht te voeden, ten einde in het leven te blijven. Dat ten slotte alle levende wezens sterven, is nu eenmaal zoo en geschiedt even goed zonder als met strijd. Evenwel geven we toe : er is concurrentie, er is worsteling, er is strijd. Dat die strijd echter zulke afmetingen heeft of kan hebben, dat daardoor juist die dieren, die eene zelfde bepaalde eigenschap bezitten, in leven zouden blijven, terwijl de andere van dezelfde soort te gronde gaan, kan moeilijk worden aangenomen. Wolven en kreeften