is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twistappel onder de geleerden werd. Sommige geologen achtten het in 't geheel niet bewezen, dat de hier gevonden beenderen van diluvialen oorsprong, dus duizenden jaren oud, zouden zijn; zij beweerden, dat de aardlaag, waarin die fragmenten ontdekt waren, niet voldoende was onderzocht, en dat haar ouderdom niet kon worden vastgesteld. Anderen daarentegen meenden, dat het feit, dat men op honderd meter afstand van de grot, die de beenderen bevatte, overblijfselen had gevonden van den diluvialen neushoren, van de holenhyaena en zelfs van den mammoet, reeds voldoende was om te kunnen constateeren, dat de Neanderdalschedel uit den ouderen diluvialen tijd stamde. De reeds genoemde K. Fuhlrott houdt het er voor, dat de beenderen, waarvan hier sprake is, door een stroom water in de rotsspleet zijn gespoeld.

Terwijl sommigen den schedel uit het Neanderdal hielden en fiouden voor dien van een mensch, die nog veel aapachtigs bezat en ternauwernood kon spreken, kortom voor dien van een aapmensch, meende Karl Vost, dat het een schedel van een idioot moest wezen, en hield Rudolf Virchow staande, dat de bezitter van dien schedel aan Engelsche ziekte en aan jicht moet hebben geleden en een vrij hoogen ouderdom moet hebben bereikt. Aangezien er nu ook nog in den tegenwoordigen tijd bij volkomen normale en verstandelijk goed ontwikkelde menschen dergelijke schedelvormingen voorkomen, en wijl de anthropoloog A. Rauber den inhoud van den Neanderdalschedel zelfs voor vrij groot houdt, zoo schijnt de verbazing van den Engelsclien zoöloog Thomas Henry Huxley (1825—1895) wel eenigszins misplaatst, die niet kon begrijpen, hoe menschelijke hersenen in zulk een kleinen schedel konden besloten zijn. Volgens nauwkeurige metingen overtreft de schedel van het Neanderdal in volume zelfs de schedels der hedendaagsche bewoners van Parijs.

V erscheidene malen heeft men fossiele overblijfselen van apen gevonden, doch tot nu toe in geene oudere dan in de tertiaire aardlagen. Sommige van deze geraamten zijn een tijdlang voor overblijfsels van menschen of van tusschenvormen tusschen aap en mensch, derhalve voor aapmenschen, gehouden, en hebben daardoor eene vermaardheid verkregen, weinig minder dan de bovengenoemde schedel uit het Neanderdal.

Een der oudste apengeraamten is dat van een sinalneuzigen