Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maals aan dergelijke ervaringen van Tauler, Francke en andere Godsmannen, tot wier waardeering mij het feit niet zonder beteekenis schijnt, dat al deze mannen na zulk eene begenadiging zeer helder brandende lichten en gezegende werktuigen in den dienst van het Godsrijk geworden zijn, gelijk dan ook Pearsall Smith bij herhaling opmerkt, dat hij zich sedert die ervaring in een geheel anderen moed en een geheel andere kracht om te getuigen verblijden mag. — In dit alles is niets bedenkelijks te vinden. Dit begint ook eerst d&ar, waar men eene soortgel ij ke ervaring vóór alles verwacht en den Geest Gods den weg voorschrijft.

//Op de vraag", schrijft Smith, // of 't het voorrecht van iederen geloovige is, reeds op aarde den bewusten doop des Geestes te ontvangen," gevoelden zij allen, dat het antwoord //ja" was." De wind blaast, waarheen hij wil en //dat alles werkt éen en dezelfde Geest, deelende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijk Hij wil." Hij is dus onbeperkt zoowel met betrekking tot ■ het wat en hoeveel, als tot het hoe van deze mededeeling van Zichzelven. Over dezen komt Zijne krachtige tegenwoordigheid plotseling en voelbaar, terwijl Hij in genen allengs en zonder een merkbaar gevoel en bewustzijn Zijn werk doet en Zijne krachten vermeerdert. De verwachting eener onmiddellijke mededeeling des Geestes in de door Smith gehouden laatste bijeenkomsten heeft voor menigeen, die anders rijk was gezegend , iets voor zijn gevoel stuitends gehad en ik kan niet verzwijgen, dat ook ik in dit opzicht niet eenstem-

Sluiten