is toegevoegd aan uw favorieten.

De overwinning des geloofs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

randschrift van het zegel onzer gemeente, de jonge leeuw, die gelijk haar emblema vertoont, het anker der hoop omklemt!

Ik sprak daar zooeven van fanatisme, of dweepzucht. Ook daarvoor heeft de Heer haar bewaard. Immers, hoe groot was niet het gevaar dat van deze zijde dreigde, tengevolge van het bannen en branden, dat de overheid zich veroorloofde, en van de algemeen heerschende bitterheid? Een vuur dat, meer dan eens ontvlamd en gevoed, velen verteerde? Ruim een veertig jaar geleden *°) hadden de Wederdoopers zich van datzelfde stadhuis meestergemaakt, waar thans de Gereformeerde Vaderen hun heldendaad verrichtten. De Wederdoopers, die al wat van de aarde en van de wereld was, vernietigden zoo ze konden, die moordden en blakerden om het duizendjarig rijk te doen komen en met ontbloote zwaarden en ontbloote lichamen de wrake Gods uitschreeuwden en uitvoerden, om het verloren Paradijs weer te doen bloeien. Hadden zij getriumfeerd, onze schoone stad was verwoest, onze aanzienlijke burgerij vertreden, onze jeugdige, veelbelovende gemeente vernietigd geworden. Gode zij dank, zeggen wij met de stedelijke overheid van dat jaar, die daarvoor een jaarlijkschen dankdag 41) verordineerde ; vooral daarom zij God gedankt, omdat Hij onze Gemeente door zulke verschrikkelijke dwalingen niet liet verleiden, en haar bewaarde bij de eenvoudigheid des Woords.

Reeds toen toch, in 15 34, was zij in beginsel aanwezig. Wij vinden in vonnissen, reeds vóór dien tijd geveld, onderscheid gemaakttusschen „Luterij, Sacramentisterij ende Herdooperie" *2), en men miskent de gaven en werken Gods, als men de ontdekking Zijner Waar-