is toegevoegd aan uw favorieten.

De overwinning des geloofs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de labberdaan, haring en bokkings, die de Minderbioeders gegeten hadden" 7B).

Hielden de Thesauriers dit jaar f 16,500 over "), het was wel een ontegensprekelijk bewijs, dat met „de opkomende Geuzen" en hunne „blijde inkomste in het Raadhuis de welvaartsbronnen overvloedig begonnen te geven. Evenwel, hoe dankbaar wij dat alles ook opmerken, hun leus was niet geweest goud of goed.

Vrijheid ja van geweten, van Godsdienst; vrijheid voor elke goede zaak, hadden zij verworven en verlangd. De Duitscher, heeft Karei V naar waarheid gezegd, is een goedig beest, dat alles dragen kan behalve wat zijn gemoed drukt, en ten deele is dit te verklaren uit het Germaansch karakter. Maar gelijk bij zoo menigen stam van dat volk de vrijheidszucht verdween, alzoo zou zij ook in hen versmoord zijn geworden, indien zij zich niet gericht had op het hoogste ideaal, het ideaal der Schrift. Gegrepen was het thans nog niet, schoon wel genaderd, reeds de leus: Vive le Geus! had een hoogeren zin, dan dien van onbekommerd en gerust te leven. „Om weder in te voeren het waarachtige Woord Gods, en dat overal te doen prediken, en alzoo weder te mogen genieten, onzer vaderen landen en \ rijheden, waaruit wij ballingen zijn", daartoe hadden Friesche en Hollandsche edelen zich onder Alva's schrikbewind verbonden 77), en wij mogen zeggen: leefden onze Amsterdamsche mannen door het Woord, zij leefden niet minder voor het Woord. Die bedoeling kon thans verwezenlijkt worden, en zij gingen daarbij prinselijk 78) te werk.

De stoute verklaring van Matth. 13 : 30, welke zij