is toegevoegd aan uw favorieten.

Het juk der tweede hiërarchie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden ; ja zelfs op de kerkbesturen toepast wat ons in de Schrift met betrekking tot de Overheid wordt gezegd, ook al is die toepassing blijkbaar de ongerijmdheid zelve.

Maar daaruit verklaart zich dan ook de verderfelijke werking, die van alle hiërarchie onafscheidelijk is.

Door haar krijgt de Kerk allengs meer een wereldsch karakter; onbekwaam om aan hare roeping in het midden der wereld te beantwoorden ; schijnbaar nog wel sterk door haar zielental, maar in waarheid beroofd van alle geestelijke kracht.

Door haar wordt de Kerk als het ware opgelost in haar hoogste ambtsdragers ; in die mate zelfs, dat zij dan geacht wordt te staan of te vallen, naar gelang die hoogwaardigheidsbekleeders het gezag, dat zij zich hebben aangematigd, behouden of verliezen. En daarvan is dan weer het gevolg, dat bij de geloovigen het besef van hun rechten en plichten al zwakker wordt; dat de gemeente in haar geheel ten prooi wordt öf aan sectarisme, öf aan ongeloof, of aan geestelijke verstomping; en dat de ambtsdragers zeiven, als zij ongerust worden voor hun zoo onwettig gezag, letterlijk voor niets meer terugdeinzen, en de toevlucht nemen tot middelen, die op Staatsgebied zelfs een schrikbewind zich nauwelijks veroorloven zou.

En, om op dat alles als het ware de kroon te zetten, door die hiërarchie worden zij, die dienaars zijn moesten, tot heerschers gemaakt ; 'tgeen natuurlijk meêbrengt, dat dan Gods Woord voor menscheninzettingen wordt ter zijde gesteld; dat de Koning der Kerk als zoodanig verloochend wordt, opdat menschen zijne plaats zouden kunnen innemen ; dat metterdaad aan de gansche Kerk wordt opgelegd, om zich voor diens plaatsvervanger te buigen; en dat zulke gehoorzaamheid ten slotte wordt tot het eenig geloofsartikel, dat niet mag betwijfeld worden, en tot het eenig wetsartikel, dat altijd en onvoorwaardelijk bindt.

Men heeft soms wel beweerd, dat het zonder twijfel zoo gaan kan, maar dat zulks dan te wijten is aan de menschen die het stelsel in toepassing brengen, en niet aan het stelsel zelf. Juist omdat de macht eener hiërarchie zoo groot is, kan zij, volgens sommigen, des te heilzamer werken, als zij maar in hand,en is van dezulken, die haar goed willen toepassen. Immers is toch denkbaar (zoo wordt dan gezegd), dat zij enkel ten goede gebruikt wordt: tot bewaring der van