is toegevoegd aan uw favorieten.

Het juk der tweede hiërarchie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen man van invloed, die er geen stelling in koos. Maanden lang was het schier de eenige quaestie, waarvoor ons volk oor of oog had. Heel de Juni-stembus, en hierdoor de samenstelling der StatenGeneraal, en daarmeê het lot van het Kabinet, en alzoo de uitzichten voor de Grondwetsherziening, en dientengevolge de toekomst van volk en vaderland, zijn er door beheerscht.

Beiderzijds is deze worsteling dan ook in dien zin, dat dit nu het lang gevreesde, het voor goed de zaak uitmakende lioofdtreffen was, opgevat en verstaan. Noch de Kerkeraad van Amsterdam, noch de Synodale Hierarchie heeft, hiervan doorgedrongen, in dezen kamp één enkel bolwerk onverdedigd gelaten. Niets van wat gedaan kon worden, is verzuimd. Tijd, noch moeite, noch kosten zijn gespaard. Alle wegen en paden zijn beiderzijds afgeloopen. Kwistig werd rechtsgeleerde bijstand ingeroepen. Vlugschrift na vlugschrift; memorie na memorie; advies na advies verliet, tot het eindelijk de lezers vermoeide, de wederzijdsche persen. En vrij uit mag dan ook gezegd, dat geen ander sinds 1852 gevoerd geding, noch wat omvang, noch wat de te weer gestelde veerkracht, noch wat belangrijkheid voor de toekomst betreft, met dit Amsterdamsch Conflict ook maar vatbaar is voor vergelijking.

Het was in elf maanden tijds een beiderzijds doorworstelen van de zaak tot aan haar uiterst einde toe. Toen de beslissing van 1 December viel, kon de Synode niet verder en kon ook de Amsterdamsche Kerkeraad niet verder. Bij den strijd, dien ze nu voortaan voeren zullen, treft geen zwaardslag meer rechtstreeks.

Reeds hieruit blijkt derhalve overtuigend, dat de gevoerde strijd in strikten zin principieel moei geweest zijn. Principieel niet daardoor, dat er uitsluitend over de Belijdenis wierd gestreden, maar in dien zin, dat, gelijk allerwege in den lande, zoo ook hier de zaak én van de Kerk belijdenis én van het Kerkverband, én van het Kevkengoed op normale wijze ineengestrengeld lag. Principieel van de zijde der Synode ook daarin, dat zij van de drie stukken die in het geding inzaten, alleen de Beheersquaestie, als haar meest sympathetisch, aangreep, en de zaak der Belijdenis, als voor haar te netelig, ontweek. Principieel van de zijde van den Kerkeraad, dat hij door geen list noch lokaas zich heeft laten verleiden, om ook maar één oogenblik het stuk der Belijdenis, zelfs niet in het Beheersgeding, veelmin in artikel 41, los te laten. En principieel eindelijk doordien de Synode met