is toegevoegd aan uw favorieten.

Het juk der tweede hiërarchie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zie, op die schriftuurlijke, echt-Gereformeerde belijdenis volgde nu den 21sten October de last van het Provinciaal Kerkbestuur, om den toegang tot het H. Avondmaal te ontsluiten voor honderden personen, van wien ieder hier in Amsterdam, zeker als het licht zijner eigen oogen, wist, dat ze, naar luid het Woord van God, niet mochten toegelaten. Maar de Kerkeraad, hoewel beseffende dat het thans bedenkelijk ging staan, schreef desniettemin op 5 November, zonder een oogenblik bedenkens, aan de Synodale Hierarchie: „Dit kunt en zult en moogt ge mij niet afvergen, veel minder mij opleggen, want dit verbiedt mij Gods Woord!"

Toch ging de Synodale Hierarchie hiervoor niet uit den weg, maar decreteerde reeds drie weken later, dat de Kerkeraad moest en zou gehoorzamen, en dat, onderstond de Kerkeraad het, om niet te bukken, „de teerling geworpen en terugkeer onmogelijk zou zijn."

Scherp en zoo principieel mogelijk lag dus de oorsprong zelf van dit conflict geteekeud in de tegen elkaar ingaande richting van de twee lioofdstroomingen in ons kerkelijk leven. Het was een Kerkeraad die zei: „Ik mag niet, omdat Gods Woord het mij verbiedten daartegenover een Synode, die riep: „En toch zult ge, of ik zal u kerkelijk schavotteeren. ' En eerst toen men aldus principieel man tegen man ovei stond, eerst toen is men beiderzijds zijn batterijen gaan wapenen. De Synode door hare Classicale en Provinciale benden te mobiliseeren en onder het commando uit de residentie te stellen; en de Kerkeraad door aan Kerkmeesteren te gelasten: „Zoo de Hierarchie mij beletten wil de Gemeente bij Gods Woord te houden, zie dan toe, dat ge nimmer met haar heult!"

En toen ving de worsteling aan en ging het hart tegen hard. Van Kerkeraadszij, om aan de Hierarchie te beletten dat ze de gemeente Christi niet verdierf; en van den Synodalen kant, om de eenheid en oppermacht te redden van haar alleenzaligmakend Genootschap. „Voor Koning Jezus!" weerklonk het in onze rijen. „Voor de hoogheid der Synode!" was ginds het veldgeschrei. En zoo streed en zoo kampte en zoo worstelde men toen; de Kerkeraad, uitnemend wel wetende, dat hij op reglementair terrein reddeloos weg was, zoodra de Synodale Hierarchie haar rechterlijke, besturende en wetgevende attributen voor elkander schoof; maar ook de Synode zeer wel inziende dat de Kerkeraad vrij als een vogel aan haar hand zou ontglippen, zoodra de