Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een tijd als de onze, waarin velerlei „wind van leering" opsteekt, waarin godgeleerde richtingen elkander kruisen, moet de menscli ook weten na te denken. De woorden God, Bestemming, Deugd, Vrijheid mogen geen holle klanken voor hem zijn, maar namen voor het hoogste en het heiligste. Hij moet den zin dier namen kennen en weten, hoe hij zijn liefde voor dat hoogste en heiligste zal kunnen bewaren. Hij moet de gevaren overzien, die in zijn eigen vleesch en in de buitenwereld hem belagen. Hij dient de plaats te kennen, die hij inneemt in het groot heelal; de taak, die hij te vervullen heeft in de maatschappij; den strijd, dien hij in zijn binnenste heeft te volstrijden. Geloofs- en zedeleer kunnen hem tot dit alles leiden. Een goede wereldbeschouwing en een juiste levensopvatting bieden aan godsdienst en zedelijkheid een hechten steun.

Letterkunde, bijbelsche geschiedenis, godsdienst-geschiedenis, algemeene geschiedenis, geloofsen zedeleer, ziedaar de takken van wetenschap, die beurtelings de stof moeten leveren voor het godsdienst-onderwijs.

Het spreekt van zelf, dat niet elke leerling al deze stof verwerken kan. Er zijn volwassenen, die als kinderen de school verlieten en naar den geest kinderen zijn gebleven. Anderen daarentegen bereidden zich jaren lang op een wetenschappelijke werkzaamheid voor. Ook op godsdienstig ge-

Sluiten