is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons godsdienst-onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een stem uit het volk antwoordt: „Ave kunnen het ons begrijpen, waarom thans de werkman onzer dagen zoo schaars deelneemt aan de openbare godsdienst-oefening." Hij „is het moede geworden zich te hooren voorpreeken, dat een dronk water en een stuk droog brood den armen werkman oneindig beter smaken, dan den rijke zijn keurigst gerecht." „De geleerde vraagstukken, meermalen op den kansel behandeld, dringen niet tot zijn brein door en met een ledig hoofd en een koud hart verlaat hij den tempel; en maakt ge hem opmerkzaam op zijn nalatigheid in het bezoeken der kerk, dan antwoordt hij met niet te miskennen wrevel: mijne kerk is de natuur; daar vind ik God — daar vind ik God en waarheid gepredikt."

Zou dit werkelijk de reden zijn, waarom „de openbare godsvereering, onder de min gegoede standen althans, in de laatste jaren zoo ontzettend gedaald is?" ') Zou werkelijk de levensopvatting, die in de kerk wordt aanbevolen, voor den minvermogende zoo onbruikbaar zijn? Zouden de vraagstukken, die behandeld worden, zoo weinig in staat zijn om door te dringen tot zijn brein? En zoo ook al, zoo het volk andere geestelijke behoeften kent, dan die de kerk bevredigt, is de stem der openbare meening niet nog een macht, die kerken hervormen kan ? „Mijne kerk is de natuur;

') o. rommerts, voorzitter der provinciale friesche werkliedcn-vereeniging.