Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet in theorie is voltrokken, zoolang niet de predikanten vrijheid hebben om eiken belangstellende onder zekere voorwaarden als lid der kerk toe te laten, maar daarentegen macht om van dengene, die op stemrecht of kerkelijke betrekkingen aanspraak maakt, te vorderen, dat hij den cursus van het godsdienst-onderwijs, zooals die plaatselijk geregeld zal zijn, met goed gevolg hebbe doorloopen. De grootste optimist zal aarzelen een reorganisatie der kerk in dien geest van de eerstvolgende tijden te verwachten, tenzij hij in de crisis, waarin het synodaal beleid der laatste dagen ons gebracht heeft, een voorbode van een betere regeling van zaken mocht begroeten. In dezen willen wij onze wenschen matigen.

De macht, die buiten rekening bleef, is: de gemeente.

Ook van hare zijde moet medewerking komen.

Zij moet voor de goede zaak belangstelling toonen en wekken, belangstelling, die zich openbaart in de trouwe opkomst der leerlingen en in hunne bereidwillige onderwerping aan te maken bepalingen. Maar vooral moet zij geldelijke middelen beschikbaar stellen. Zonder geld komt niets goeds tot stand. Op de begrooting van elke gemeente worde een post uitgetrokken voor het godsdienst-onderwijs, en dat niet zoo karig, maar zoo ruim, als de omstandigheden het veroorloven. Het onderwijs moet den leden der kerk boven

Sluiten