is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons godsdienst-onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles gaan, zoodat zij er hunne contributiën volgaarne voor opbrengen, zoodat de administreerende colleges niet elk voorstel ter verbetering behoeven af te slaan uit vrees, dat de gemeente niet bereid zij er hare penningen voor ten beste te geven, 'tls waar, in dit opzicht verkeeren wij in een overgangstijdperk. De nog zoo algemeene beschouwing van het lidmaatschap der kerk als een zaak allereerst van persoonlijk belang — het onzalig overblijfsel der aloude leer: wie de kerk niet tot moeder heeft, heeft God niet tot Vader — verhindert velen zich te verheffen tot het inzicht, dat men lidmaat kan zijn voor anderen, met het doel om een eerwaardige instelling tot volksopvoeding in persoon en met geldelijke bijdragen te steunen. Het gevolg is, dat, onder den invloed dier beschouwingswijze, allen, die het belang van het lidmaatschap voor hun persoon niet inzien, naar de stem der baatzucht meer dan naar die der zelfverloochening luisteren. Daarenboven ontvalt, bij den onzekeren rechtstoestand onzer kerkelijke zaken, aan de kerkelijke overheid maar al te dikwerf het zwaard. Hoe zou dan, waar liefdeloosheid aan de eene, machteloosheid aan de andere zijde gepaard gaan, de kerkelijke gemeenschap geen schade lijden ? Onmisbare voorwaarde eener deugdelijke inrichting van het godsdienst-onderwijs is ook, dat hierin verbetering kome.

Gesteld nu, dat hierin verandering kwam, dat