is toegevoegd aan uw favorieten.

Open Brief aan Professor Dr. A. Kuyper, in zake het ambt der overheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan Professor Dr. A. KUYPER.

Hoogeenv. Hooggel. Heer!

Doorgaans gevoel ik de grootste vereeniging bij hetgeen uwe onvermoeide pen ons, met betrekking tot de waarheden des geloofs, te lezen geeft. Ook zie ik menigmaal, met innig leedwezen, aan welke onchristelijke, bittere aanvallen Gij, in dat schrijven, soms van eene zijde, die U, denk ik, krachtig moest steunen, zijt blootgesteld. Daarom te meer zal, vertrouw ik, hetgeen ik thans wensch te zeggen, welwillend door U worden aangehoord. Het betreft uw schrijven in „de Heraut" van 1.1. Zondag, 28 October, waar eene zinsnede van artikel 36 der Belijdenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland zeer hevig door U veroordeeld wordt. Te meer schrijf ik U daarover, omdat bijkans allen, die ik spreek of boor, ook in de Christelijke Gereformeerde Kerk, ofschoon niet op zoo luiden toon, met uw gevoelen over bedoelde zinsnede instemmen; terwijl sommigen nog verder gaan, en waar door U met krachtige stem geroepen wordt „tot hiertoe en niet verder!" willen zij van geene bemoeiing der Overheid met de Kerk, als zoodanig, weten. Met laatstbedoelden, als zij Psalm 2:6, 7 in rijm zingen, behoef ik mij thans niet bezig te houden. Zij mogen zeiven toezien, als zij zingende hun eigen gevoelen verooi deelen, en niet willen, dat de koningen der aarde, in hunne betrekking, den Heere dienen, en in deze betrekking voor de Kerk zorg dragen!

Maar door U wordt alleen op de bedoelde zinsnede