is toegevoegd aan uw favorieten.

Open Brief aan Professor Dr. A. Kuyper, in zake het ambt der overheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand ooit gehoord, dat, toen het radbraken en dergelijke foltertuigen nog als strafmiddelen gebruikt werden, eenig kerkbestuur, eenig leeraar, eenig geloovige in ons land gevraagd heelt, dat aan iemand, die van ketterij of dwaling in de geloofsleer beschuldigd en bewezen was schuldig te staan, die straffen geoefend werden? Al de Godgeleerden, gedurende zoo vele jaren, hebben de bedoelde zinsnede verdedigd, waren zij dan allen verbijsterd en verblind, en heeft nooit iemand onder hen er op aangedrongen, dat volgens deze zinsnede zou gehandeld worden? Wat blijft er bij zulke gedachte van den roem der vaderen overig? Door zulk eene gedachte wordt hun de grootste onzinnigheid, ongerijmdheid en ontrouw te laste gelegd. Maar neen, niet de vaders, die de zinsnede overwogen, goedgekeurd en aangenomen hebben, die wel wisten wat zij daarmede uitspraken, maar uwe opvatting en uwe voorstelling, waarde Professor, is van ongerijmdheid te beschuldigen.

Ik ga het U bewijzen. Wij beginnen daartoe met de bewuste zinsnede te lezen, maar niet gelijk zij door U voorgesteld wordt, maar zooals zij door de Kerk steeds is gesteld. Gij leest: het is de plicht der overheid alle ketterij uit te roeien. Maar in alle uitgaven, die mij ooit onder de oogen kwamen, wordt gezegd: Het is het ambt der Overheid om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, om het rijk van den Antichrist te gronde te werpen, enz." Dit maakt reeds aanstonds groot verschil: of is ketterij synoniem met afgoderij en valschen godsdienst? moet de Overheid ketterij als afgoderij en valschen godsdienst beschouwen? Wij vragen hier niet, wat bij de Kerk als ketterij en valsche godsdienst gerekend wordt, maar wat de Overheid volgens de bedoelde zinsnede uitroeien moet? Gij hebt zelfs van groningers