is toegevoegd aan uw favorieten.

De schepping

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„aarden", de eene grooter, de andere kleiner dan onze woonplaats, maar ook, evenals deze, met lucht en water, dag en nacht en jaargetijden, met wolken en windeti, landen en zeeën, bergen en dalen, ijs en sneeuw. Of er ook levende wezens, planten, dieren en misschien ook hoogere schepsels wonen, weten we niet en zullen we ook op deze aarde wel nooit ervaren, maar wel op de nieuwe aarde. Evenzoo is ook onze maan niet de eenige aan den hemel, maar ook de andere planeten hebben hare manen, de eene twee, eene andere vier, nog anderen zes of acht, zoodat de nacht daar wonderschoon is verlicht; en al deze manen zijn, evenals dat bij onze maan het geval is, veel kleiner dan de planeet waarom ze draaien. Aarden, manen en zonnen zijn dus de hoofdsoorten van hemellichamen, die God geschapen heeft.

Hoe het er nu op eene aarde uitziet weet ge bij ervaring. Hoe het er echter op eene maan, zooals bijv. de onze, uitziet, daarvan wil ik u nog een en ander meedeelen. Woest, ledig, rotsig, bezaaid met hooge, steile bergen, strekt zich de oppervlakte der maan uit, door geen meer of zee afgewisseld, door geen woud overdekt. De hoogte dezer bergen hebben de astronomen met hunne instrumenten gemeten : bij velen bedraagt ze meer dan 20.000 voet, dus meer dan die van den hoogsten berg van Europa. Over dit steenachtige, brokkelige landschap, met zijne reusachtige, stoute lijnen, giet de zon een schel glanzend licht uit. Daar de maan geen omhulsel van lucht heeft, zooals God de Heere op den tweeden dag er de aarde een gegeven