Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VISSCHEN EN VOGELEN.

„ En God zeide: Dat de wateren overvloediglyjk voortbrenge wemelende en levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde in het uitspansel des hemels. En God schiep de groote walvisschen en alle ziel, die daar leeft en wemelt, welke de watéren overvloediglvjk voortbrachten, naar haren aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijnen aard; en God zag dat het goed was. En God zegende ze en zeide: Zyjt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte vermenigviddige op de aarde. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vijfde dag."

Gen. 1 : 20—23.

En God zeide: Zoo schrijde het goddelijk scheppingswerk voort. Stil en eenzaam was tot dusver het lucht-

Sluiten