is toegevoegd aan uw favorieten.

Schotse geloofshelden en heldinnen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de plaats hunner bestemming. Hij bleef staan en zeide: „Ik ga geen voet verder op deze weg, want er is ongetwijfeld gevaar voor ons". Er was daar een herdersjongen in de buurt en hij gaf hem een geldstuk met het verzoek om naar een huis, dat hij hem wees, te gaan en wat voedsel en nieuws te halen. Toen de jongen aan het huis kwam. haastte de goede vrouw zich en gaf hem voedsel mee,

Zij zeide: „Jongen, loop hard en vertel hun dat de vijanden

hier verspreid liggen en dat wij ze hier ieder oogenblik verwachten". Toen de jongen het huis uitging, waren er achttien van de vijanden te voet op de weg; zij schreeuwden: „Sta hond!" De jongen begon hard te loopen en acht van de soldaten naderden hem tot op ongeveer een kilometer en schoten op hem; de kogels suisden hem om de ooren. Al die tijd hield Peden met het gezelschap, zijnde twaalf man, aan in het gebed voor den jongen. Terwijl hij met hen bad, zeide hij: „Heere, zal de arme jongen die een boodschap voor ons gedaan heeft, om voedsel voor ons te halen tot onderhoud van ons leven, het zijne verliezen? Zullen de kogels op zijn hoofd gericht zijn, al zullen ze er rakelings langs gaan, laten ze hem niet treffen. Lieve Heere, neem de slip van Uw mantel en bedek de arme jongen". God hoorde en verhoorde dit gebed en zond een dichte wolk van mist tusschen hem

en de soldaten.

Omstreeks deze tijd was er een brave, arme vrouw die hem en zijn gezelschap eenige brooden en melk bracht. In het vragen om een zegen, zeide hij: „In dit bloedige land heeft deze arme vrouw haar leven gewaagd, door ons brood te brengen om ons te onderhouden. Wij kunnen er haar niet voor betalen, maar Heere, het is voor Uwe zaak, dat zij het gebracht heeft. Het is niet noodig dat