Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diend hebben. Op deze dag zullen wij Hem aanschouwen in de heerlijkheid en in de kracht Zijner opstanding en ik ben verheugd, dat het einde zoo nabij is", zeide Margaretha tot de weduwe, die nu moed had ontvangen.

De weduwe werd gebracht bij de staak die het dichtst bij de zee stond en vastgebonden. Men hoopte de jonge vrouw te overwinnen, door het gezicht van de dood van de weduwe.

Langzaam steeg de zee met zilveren kuiven rondom de oude vrouw, als hongerig om haar te verslinden.

„Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij", zeide zij rustig en met een vroolijk aangezicht.

Het water kwam hooger en hooger en begon ook Margaretha te omringen.

„De Heere zal heden het water van de doodsjordaan voor mij klieven en ik zal het Lam aanschouwen in Zijne schoonheid," riep zij tot de saamgestroomde menigte.

Toen Margaretha zag, dat de golven de weduwe over het hoofd begonnen te slaan, bad zij, of God dit lid van de strijdende kerk wilde opnemen in de triumpheerende.

„Hoe denk je daarover?" zei een van de soldaten tegen Margaretha, wijzende op de doodstrijd der weduwe.

„Wat ik denk? Ik zie daar Christus lijden in een van Zijn leden.

Meent gij, dat wij degenen zijn die lijden? Neen, het is Christus in ons, want Hij zendt niemand in de strijd in eigen krachten".

Daarop begon zij de 25ste Psalm te zingen en degenen, die op het strand stonden, begonnen mee te zingen:

G, en H. 4

Sluiten