Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koning gaf een antwoord, waarin hij den Markies toestond naar Londen te gaan. Toen hij aankwam begaf hij zich naar Whitehall om Karei te groeten, die woedend met zijn voet stampte en onmiddellijk Sir William Fleming gelastte zijn order uit te voeren, die daarop den Markies naar de Tower liet brengen.

Op 16 April 1661 had Argyle te verschijnen voor het Schotsche Parlement, beschuldigd van verraad. De aanklacht bestond uit veertien punten, waarvan het grootste gedeelte bewijs gaf, dat hij gezocht werd, omdat hij zich aan de Covenanters verbonden had. Argyle verdedigde zich zeer wel, doch het mocht niet baten, want de Koning had reeds te voren het bevel gegeven aan Middleton: „Onthoofd de Markies van Argyle". De Markies werd op voorwendsel van verraad veroordeeld, om over twee dagen onthoofd te worden.

„Gij hebt de volmacht van eenen aardschen koning" zeide hij, nadat zijn vonnis was uitgesproken, „maar gij kunt de gunst van den Koning der koningen van mij niet weren. Binnenkort moet gij verschijnen voor Zijn vierschaar en ik bid dat Hij u niet zal meten met dezelfde maat, als waarmede gij mij gemeten hebt, wanneer gij geroepen zult worden om rekenschap af te leggen voor alle uwe daden. Ik had de eer de kroon te zetten op het hoofd des konings en nu maakt hij haast mij een kroon te bezorgen, die beter is dan zijn eigen".

Toen hij weer in de gevangenis aankwam, wachtte de Markiezin in groote droefheid op hem.

„Zij hebben mij gegeven tot Maandag met u te zijn, mijn lieve, laat ons dien tijd wel besteden" zeide hij, toen hij haar ontmoette. „De Heere zal het wreken, de Heere zal het wreken", zeide zij onder een vloed van tranen.

Sluiten