is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan den Weledelen heer D. Boswijk te Arnhem, naar aanleiding van zijne rede: 'Het godsdienstig karakter der openbare school'

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. S. A. Naber, als hij in zijn werk „Allard Pierson herdacht" aan dat gedeelte van Piersons arbeid komt, laat er op volgen:

„Wij zijn thans weder dertig jaar verder en er is in dien tijd op dat gebied zooveel gebeurd. Het is tegenwoordig eenvoudig genoeg te beweren, dat de openbare school niet geeft, waarop het volk aanspraak heeft en moet worden „leeggepompt." Maar in 1868 behoorde er moed toe, om uit het liberale kamp eene stem te laten opgaan, die sympathie betoonde mei de eischen der kerkelijke partijen."

k Had gedacht, dat we van U een pleidooi zouden gekregen hebben als dat van den heer J. Schuitemaker in de Telegraaf van Maandag 15 Augustus, een pleidooi, dat aldus aanvangt:

„De schoolquaestie is niet van vandaag of gisteren; men zou kunnen zeggen, dat ze zoo oud is als de school zelf. Althans, zoodra de overheid zich met het onderwijs inliet en in de school het middel zag, bij uitnemendheid geschikt tot het bevorderen van bepaalde inzichten op politiek en godsdienstig gebied, moest met de school de schoolquaestie ontstaan. Karei V en Filips II wilden de school gebruiken tot het tegengaan der Hervorming; tijdens de Republiek moest zij dienen tot het bevorderen der nieuwe leer.

Als een roode draad loopt door de geheele geschiedenis van ons schoolwezen het streven om: onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundigheden de school dienstbaar te doen zijn aan . . . het bevorderen der Begeeringsinzichten.''

Zie, waarde Collega! zoo iets heb ik van U verwacht,