is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan den Weledelen heer D. Boswijk te Arnhem, naar aanleiding van zijne rede: 'Het godsdienstig karakter der openbare school'

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoeling van den heer G-erhard en mij bij het stellen van die vraag niet dezelfde; ik bedoel er mee: wordt het niet hoog tijd, dat we krijgen een ander schoolstelsel; moet de regeering er niet toe overgaan de school mondig te verklaren door haar aan de ouders over te geven? Die zijn aansprakelijk voor hunne kinderen en die zullen over 't algemeen , onderwijzers als degenen , die hierboven aan 't woord waren, niet dulden.

Lettende op de vruchten der Openbare School, door U genoemd, heb ik dus geen enkele reden om tot U over te komen; maar nog minder heb ik dit, als ik let op onze eigen grondbeginselen, of m. a. w. als ik zie op den vasten bodem, waarop ons paedagogisch stelsel gebouwd is. Daarover nog een enkel woord.

Er bestaat in ons land eene „Vereeniging van Christelijke onderwijzers en onderwijzeressen, die opgericht werd den 14en October 1854 en dus nu 44 jaar bestaat. Deze vereeniging heeft ook hare Statuten en daarin vinden we in artikel 3 het volgende. „Hare grondbeginselen zijn:

a. Onderwijs en opvoeding zijn onafscheidbaar.

b. Voor Christenkinderen moet de opvoeding Christelijk zijn.

c. Een Christelijke opvoeding is ondenkbaar zonder het onbelemmerd gebruik van Gods Woord.

d. Voor Nederlandsche kinderen moet de opvoeding nationaal zijn.

e. Een nationale opvoeding is onmogelijk, wanneer de geschiedenis des Vaderlands van haar Protestantsch karakter wordt ontdaan.

Dat onderwijs en opvoeding onafscheidelijk verbonden zijn, moest in 1854 wel van de daken gepredikt worden; thans wordt dit vrij algemeen, althans in theorie toege-