is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan den Weledelen heer D. Boswijk te Arnhem, naar aanleiding van zijne rede: 'Het godsdienstig karakter der openbare school'

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. Het geroep om kennis, kennis en nog eens kennis heeft plaats gemaakt voor de vraag naar „zedelijke opvoeding." Onder de ernstige onderwijzers, ook der openbare school, zal er thans waarschijnlijk wel geen enkele gevonden worden, of hü stemt toe, wat H. de Raaf zegt op de laatste bladzijde van „Punt A" nl. dit:

„Eenige ja.ren geleden kwam de heer Gediking op het denkbeeld een leerplan te ontwerpen voor de zedelijke opvoeding in de Lagere School. Dit denkbeeld berustte onzes inziens op een misverstand, en het heeft destijds terecht ook geringen bij val gevonden. Inderdaad steunt het immers op de meening, dat de verstandelijke ontwikkeling en de zedelijke vorming van elkaar gescheiden gedacht kunnen worden en dat men dus voor beide een verschillend plan moet volgen, terwijl de ervaring en ook de zielkunde leeren, dat beide samensmelten en dat de verstandsontwikkeling voorwaarde is voor de zedelijkheid. Eén leerplan is daarom voldoende, een leerplan, waarin de stof is opgenomen voor die vakken, welke het zedelijk bewustzijn moeten verhelderen, zóó, dat dit als eene centrale kracht den geheelen gedachtenkring beheerscht, opdat alle verworven kennis en bekwaamheid dienstbaar gemaakt worde aan de vermeerdering van het goede en de beperking van het kwade in het leven."

Zoo zijn we dus een heel eind gevorderd, maar toch nog niet geheel, waar wij wezen willen. Nu moet nog erkend worden, dat ethica en geloof ten nauwste samenhangen. R. R. Rijkens erkent dit reeds eenigszins in zijne „Beknopte Opvoedkunde," al keert hij den regel ook om en behandelt hij eerst het zedelijk en daarna het godsdienstig gevoelToch wordt de innige band niet geloochend en tevens erkend, dat de openbare school in dit opzicht zoo goed als machteloos staat. Immers hij schrijft: