is toegevoegd aan uw favorieten.

De molenaar van Heinsdijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laar heen en uit veler blik sprak een geweldige afkeer van zulke gruwelen.

De Schout en zijne dienaren zochten ijverig hout en stroo bij elkander, wat zij nauwelijks vinden konden, daar niemand het benoodigde voor dit doel wilde afstaan. Een man, die juist met een vracht hout door de stad reed, werd gedwongen zijn hout op de markt te lossen, terwijl een wagenmaker zich onder een valsch voorwendsel liet verleiden een gat in den paal te boren, waaraan de lijder zou worden verworgd.

Een brouwer, Jan Willaerds, die van dit alles ooggetuige was, kon zich niet langer inhouden en getuigde luide tegen dit werk der duisternis. Hij werd terstond gevangen genomen en in de cel geworpen, die de Grave verlaten had.

Deze stond intusschen voor de vierschaar om zijn doodvonnis aan te hooren. In bijzijn van al het volk, dat hier samengekomen was, vermaande hij zijne rechters met den grootsten ernst, dat zij de zaak goed moesten onderzoeken en een rechtvaardig oordeel vellen.

Zijne geboeide handen opheffende, zeide hij plechtig: „Gij allen moet eens voor den Rechterstoel van den Heere Jezus Christus verschijnen, zooals ik heden voor u sta, waar ieder rekenschap zal moeten geven van zijne daden. Weest dus voorzichtig in hetgeen gij doet".

„Weet gij anders niets te zeggen?" vroeg de burgemeester spottend.

De gevangene hernam: „Ziet wel toe, wie gij veroordeelt en wat gij doet, want ik verklaar, dat mijn