Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de genade, wanneer zij een groot zondaar aan zich onderworpen heeft deze een uitstekend Christen is, getuigen allen, die wij te voren aangehaald hebben.

Abraham was onder de afgodendienaars, toen hij in het land van Assyrie woonde, hij diende de afgoden met zijne maagschap aan de andere zijde der rivier, Joz. 24: 2, Gen. 11 : 31. Maar nadat hij geroepen was, was er toen wel iemand, in wien de genade luisterrijker blonk dan in hem?

De Thessalonicensen waren afgodendienaars, eer het woord Gods tot hen kwam, maar wanneer zij het ontvangen hadden, werden zij voorbeelden voor al de geloovigen in Macedonie en Achaja, 1 Tess. 1 : 6—10. God de Vader en Jezus Christus Zijn Zoon, willen dat de dingen openbaar gemaakt worden, willen, dat het woord des levens gepredikt wordt. Zij ontsteken geene kaars, -opdat dezelve onder een korenmaat of onder een bed gezet zoude worden, maar op een kandelaar, opdat al die binnen komen verlicht zouden worden, Matth. 5:15, Mare. 4:21, Luc. 8: 16 en 9 : 33.

En gelijk ik te voren zeide : in wien zou het licht beter schijnen, dan in de zielen van groote zondaren ? Wanneer de Joodsche Pharizeën het Evangelie veronachtzaamden, dreigde Christus het van hen te nemen en het den Heidenen en afgodendienaars te geven, waarom? Omdat zij, zegt Hij, er vrucht van voort zouden brengen op hun tijd. Daarom zeg ik, zal het koninkrijk Gods van u weggenomen worden en aan een ander volk gegeven worden, die er vrucht van zullen voortbrengen, Matth. 21 : 41—44.

Ik heb dikwerf over onze jongelieden verwonderd gestaan, en bij mij zeiven gezegd, wat zou toch de reden zijn, dat zij in dezen tijd zoo lichtzinnig zijn? Want zij zijn verbazend goddeloos. Dan dacht ik dit dan weer wat anders, en hoe toch kWam dat God zooiets toeliet; ten laatste ben ik tot het volgend besluit gekomen : Zou die God wiens wegen ondoorzoekelijk zijn, misschien dit niet toelaten opdat Hij naderhand zooveel heerlijker geloovigen van hen zou maken. Ik weet, dat de zonde uit den duivel is, maar zij kan toch zonder Gods toelating in de wereld niet werken, en als het

Sluiten