Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch hun best doen om zalig te worden, gelijk sommige blinden er over denken. Ik zeg: het zou liefde, groote liefde geweest zijn, indien Hij voor niemand anders dan voor dezulke gestorven was, maar dat Hij eene voorwaarde van vrede aan de grootste zondaren zond, ja dat Hij hun het eerst riep; (want dat bedoelt Hij wanneer Hij zegt „beginnende te Jeruzalem",) dat is wonderlijk, dat openbaart Zijne liefderijke gezindheid en die van God Zijnen Vader, die Hem daartoe in de wereld zond.

Niets komt bij den mensch meer voor, wiens ziele aangeraakt is, dan verkeerde gedachten van God; gedachten, die zoo eng zijn en die Zijne genade paal en perk zetten met gebrekkige en jammerlijke besluiten en strenge wettische voorwaarden, veronderstellende dat het ongeschikt is, en een soort van indringen bij Zijne majesteit, om zelf te komen of anderen uit te noodigen, eer dat zij afgeboend of gewasschen en afgeveegd zijn.

Dezulken begrepen nooit wat deze woorden beduiden „beginnende van Jeruzalem". Ja, dezulken hebben den Vader en den Zoon vergeleken bij gierige vrekken, wier geld hun als droppelen bloed moet afgeperst worden. Het is waar, zeggen dezulke, dat God genade geeft, maar Hij geeft ze niet gaarne, gij moet u wel aangenaam bij Hem maken, indien gij iets van Hem wilt verkrijgen. Hij is niet zoo mild, als vele wel denken, nog zoo gewillig om te behouden, als eenige zich noemende Evangelischen, zich wel inbeelden. Maar ik vraag dezulke: indien de Vader en de Zoon niet onuitsprekelijk mild in het bewijzen van genade zijn, waarom zetten zij dan'de bepaling in onzen bevelbrief, ja waarom zeide Hij: „begint te Jeruzalem", want wanneer men door de zwakheid van het verstand andere redenen zou willen geven waarom zij de eerste aanbieding der genade moesten hebben, dan kan ik bewijzen door vele onloochenbare redenen, dat zij van Jeruzalem moesten beginnen, waar de Apostelen de eerste aanbieding des Evangelies zooals hun bevolen was den grootsten zondaars brachten. Hier zijn de overgeefelijke zonden, uitgezonderd hunne leer, die staat gelijk eene rots, dat Jezus Christus, de zoon Gods,

Sluiten