is toegevoegd aan uw favorieten.

De Jeruzalemsche zondaar gezaligd of Goede tijding voor den grootste der zondaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook voor spoed, „verlos mij haastig", hoor mij spoedig, „verhoor mij haastelijk", Psalm 31 : 2; Psalm 69 : 17 en 102 : 2. Maar waarom haastelijk? „Ik ben in den strik, ik ben in benauwdheid, mijne dagen zijn als rook vergaan", Psalm 31 : 4 en 69 : 17, 102 : 3. De afgrond roept tot den afgrond, de nood roept om hulp, er is groote behoefte aan dadelijke hulp.

Daarom laat u door mij raden in deze zaak, zoek u zeiven niet anders voor te doen, indien gij een groot zondaar geweest zijt, maar gaat zoo gij zijt, tot Jezus Christus en reken u zeiven onder de slechtsten. En laat het Hem over, u onder de kinderen te rekenen, Jer. 3:19. Beleid al, wat gij van u zeiven weet, gij zult het zwaar vinden om te doen, en gij van een wettische geest zijt, maar doe het, opdat gij niet misschien moet wachten met de kleine zondaars, tot de groote hunne aalmoezen gehad hebben. Wat zoude David anders gemeend hebben, toen hij zeide: dat zijne etterbuilen stonken en bedorven waren, dan zich te spoeden naar den Heere om van Hem genade te ontvangen, en alzoo genezen te worden. Heere, zegt hij: „ik ben verzwakt; ik ben uitermate neergebogen; ik ga den ganschen dag in het zwart", Ik ben verzwakt en uitermate zeer verbrijzeld: van wege het geruisch mijns harten, Psalm 38:3—8.

David wist, wat hij deed, toen hij zijn hart uitstortte, hij wist, dat indien hij zijn toestand op het ergste voorstelde,' God hem het spoedigste helpen zou, en dat veinzen, en de zaak voor God verbergen, juist de vergeving verre van hem zouden stellen. Ik heb nog eene aanmoediging voor u die zich voor een groot zondaar houdt, dat is, gij zijt als het ware geroepen, om in de eerste plaats genade te ontvangen; gij man van Jeruzalem! Hoor, gij wordt geroepen! Zoo doet men in de gerechtshoven en dan roept men: „hier, mijn Heere!" En dan dringen en zeggen zij: „laat mij doorgaan, als het u belieft", ik ben voor het hof geroepen. Wel dit is uw geval, gij groote, gij Jeruzalemsche zondaar: heb goeden moed, Hij roept u; Mare. 10: 46—49. Waarom zit gij stil? Sta op: waarom staat gij stil? Dat roepen geeft u recht om te komen, „beginnende van Jeruzalem", dat is u tot aanmoediging,