is toegevoegd aan uw favorieten.

De Jeruzalemsche zondaar gezaligd of Goede tijding voor den grootste der zondaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanhoop maakt God tot een rechter. Zij overheerscht de belofte en wederspreekt Christus in Zijne ruime aanbieding der genade. Zij onderneemt om het ongeloof, de groote bestuurder van ons verstand en oordeel te bepalen, wat God kan en wil do&n voor zondaren.

Wanhoop is de gezellin des duivels. Ja, de meesteres des duivels, zij smeedt de ketenen, met welke hij voor eeuwig onder de macht der duisternis gebonden blijft; en zich onder haar juk te krommen in een land waar de genade van Christus vrij maakt, zou eene dwaasheid zijn.

Ik zou tot mijne ziel zeggen: O, mijn ziel! Dit is de plaats der wanhoop niet, dit is de tijd van wanhoop niet, zoo lang mijn oo<* eene belofte in den Bijbel kan vinden^ zoo lang er de minste melding van genade gemaakt wordt, zoo lang een oogenblik voor ademhaling in deze wereld is, zoo lang zal ik op genade wachten, zoo lang zal ik strijden tegen wanhoop en ongeloof.

Daardoor geeft men de eer aan God en Christus, daardoor zet men de kroon op de belofte, daardoor heet men de uitnoodiging en uitnoodiger welkom; en daardoor vertrouwt men zich op de bescherming van het woord der genade. Wanhoopt nimmer, zoo lang de tekst er bestaat; want hij roept uit, dat de genade door Christus wordt aangeboden in de eerste plaats aan den grootsten der zondaars.

Wanhoop is nutteloos. Zij maakt den mensch moedeloos om op God te wachten, 2 Kon. 6 : 33. De wanhoop doet den mensch God verlaten en doet hem walgen van de zaligheid en alles wat tot zijn welzijn bevorderlijk is Gen. 4 : 13-18. De wanhoop maakt den mensch tot zijn eigen pijniger, en doet hem rondspringen en zich schudden gelijk een wilde os in het net, Jer. 51 : 20.

Wanhoop heeft de vreeselijke gedachte tengevolge om zich van kant te maken en doet de mensch zijn eigen beul ziin 2 Sam. 17 : 23; Matth. 27 : 3—5.

Ook ben ik er van verzekerd, dat de wanhoop de oorzaak is dat er in de wereld zoo vele Godloochenaars zijn, omdat zij gedachten koesteren, dat God hun nooit genadig zal zijn. Daarom doen zij zich moeite om zich te overtuigen, dat er geen God is,

5