is toegevoegd aan uw favorieten.

De Jeruzalemsche zondaar gezaligd of Goede tijding voor den grootste der zondaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alsof hun ongeloof God kon dooden of zijn beslaan doen ophouden. O, ellendige toevlucht, voor eene ontsterfelijke ziel, die God niet in' erkentenis houdt! Is dit het beste wat de wanhoop kan doen, vermijd u van de zelve, o mensch, en neem uwe toevlucht tot het geloof, tot het gebed tot het wachten op God en om op Hem te hopen ten spijt van duizend twijfelingen, en neemt tot uwe aanmoediging als eene toegift op alles, wat reeds gezegd is, den volgenden tekst: „De Heere heeft een welgevallen aan die, die Hem vreezen, die op Zijne goedertierenheid hopen," Psalm 147:11.

Hieruit kunt gij besluiten, dat zij God niet vreezen, die niet op Zijne genade hopen. God is toornig over allen, die op zijne genade niet hopen, want God heeft een welbehagen in hen, die op Hem hopen. Die gelooft, heeft zijne getuigenis aangenomen, „die heeft verzegeld, dat God waarachtig is , Joh. 3 . 33, maar zij die Hem niet hebben aangenomen, maken God tot een leugenaar en de waarheid is in hen niet, 1 Joh. 5 : 10 en 11. „De goddelooze verlate zijnen weg en de ongerechtige man zijne gedachten: en hij bekeere zich tot den Heere, zoo zal Hij zich zijner ontfermen en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk". Misschien zijt gij moede van uw. eigen weg, maar niet moede van uwe gedachten, of van ongeloovige of wanhopende gedachten. Nu, God wil ook, dat gij deze gedachten zoudt wegwerpen, als iets dat van zijne hand niet komt, want Hij wil u genadig zijn en wil overvloedig vergeven.

„O ongeloovigen en tragen van harten, om te gelooven, wat de profeten gesproken hebben", Luc. 24 : 25. Ziet gij nu, dat traagheid om te gelooven ook dwaasheid is. Ei! zegt gij: Ik geloof wat was, en ik geloof alles, wat tegen mij getuigd; ja, maar zondaar, Jezus Christus noemt u hier onverstandig, als gij niet gelooft. Geloof alles, en wanhoop dan indien gij kunt. Hij, die alles gelooft, gelooft dat de tekst, zegt, dat Christus wilde dat de genade in de eerste plaats aan de Jeruzalemsche zondaren zou aangeboden worden. Hij die gelooft, gelooft al de beloften en vertroostingen van het woord; en de belofte en vertroostingen van het woord