Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze toeeigening dan scheidt het geloof van de bekeering, besluitende dat de ziel door genade zal zalig worden; al heeft men nooit berouw over de zonden en al bemint ons hart dezelve nog. Dit is eigenzinnigheid, gelijk Petrus zegt: dit is het Woord des Heeren verwerpen, want bekeering en geloof gaat te zamen, Mare. 1 : 15. En omdat hij het Woord des Heeren verworpen heeft en Zijne geboden zal deszelfs ziele verbroken worden, Num. 15 : 31.

Laten dezulke daarom toezien, die nog in hunne zonden zijn en blijven, want dezulke, indien zij hopen om zalig te worden, hebben eene verkeerde gedachte van de genade Gods. Daarom wordt de toeeigening van het niet hooren naar Gods Woord te

zamen gevoegd, Deut. 17 : 12.

Nog eens. De menschen gedragen zich vrijpostig, wanneer zij in hunne zonden blijven en toch verwachten dat zij door Gods genade in Christus zalig zullen worden. Dit is, als of men zegt: God behaagt de zonden, zoowel als mij en of men zich niet bekommert hoe een mensch leeft, als hij maar in den Zoon gelooft. Dezulke bouwen Sion op met bloed en Jeruzalem mei ongerechtigheid, die rechten om geschenken en leeren om loon en steunen op den Heere, Micha 3 : 10 en 11. Dit is met een uitgesterkte arm tegen God handelen, en als het ware nemen wat men krijgen kan. Dit is, gelijk men gewoonlijk zegt, God beetnemen, God willen bedriegen, als of Hij Zijne aanbieding van genade in Zijn heiligwoord niet duidelijk had gemaakt voor zulke dwazen als deze.

Zulke zullen er op den oordeelsdag gevonden worden, welke niet onder het getal der Jeruzalemsche zondaars behooren, die door genade zalig zijn geworden, maar onder hen die misbruik van de genade Gods gemaakt hebben, ja dezulken, die zeiden: laat ons zondigen opdat de genade overvloediger worde en laat ons kwaad doen opdat het goede er uit voort kome. De verdoemenis is alsdan rechtvaardig. Zij zijn verre van de zaligheid, die Jezus Christus aan de Jeruzalemsche zondaar gebiedt.

Ik heb den Jeruzalemsche zondaar, die gaarne weten wil of hij zich op de genade kon verlaten, drie vragen voor te stellen.

Sluiten