Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten eerste: Ziet gij uwe zonden?

Ten tweede: Zijt gij bezwaard onder uwe zonden?

Ten derde: Wilt gij met al uw hart door Jezus Christus zalig worden? x

Ik durf zeggen niets minder, en niets meerder; maar indien het waarlijk zoo met u gesteld is, hoe groot ook uwe zonden zijn geweest, hoe slecht gij u zeiven ook gevoelt, hoe ver gij van het denkbeeld zijt, dat God genade aan u zal schenken, gij zijt de man, de Jeruzalemsche zondaar die door het Woord van God overwonnen is, en die door dat Woord vergeving der zonden aangeboden wordt, door de verlossing die in Christus Jezus is.

Toen de stokbewaarder uitriep: mannen, wat moet ik doen om zalig te worden, was het antwoord: geloof in den Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. Hij die zijne zonden recht ziet, zou door de vreeselijkheid daarvan bijna bezwijken, en hij, die zij zoo verschrikkelijk voorkomen wil er gaarne van bevrijd worden en door Gods genade zalig worden.

Indien dit het geval is, vrees dan niet, geef u zeiven niet aan de wanhoop over. Gij eigent het u niet toe, indien gij gelooft ten eeuwigen leven in Christus Jezus: Ja Christus is bereid om dezulken aan te nemen, als gij zijt.

Houdt daarom moed en gelooft. De satan maakt altijd die toeeigenaars wijs, dat het goed is over de genade ligt te denken; maar maakt altijd den geloovigen wijs, dat er al heel wat moet gekend worden en dat zij zich te veel toeeigenen.

Ik heb nimmer in mijn leven iemand gesproken, die bevreesd was om zich iets toe te eigenen. Maar ik heb dikwerf veel neergedrukte zielen hooren zeggen, dat zij bevreesd waren zich iets toe te eigenen dat de Heere hen niet geschonken had. Waarom zou de satan hem verontrusten, dien hij toch denkt te krijgen? En wie kan denken, dat hij zich stil zal houden jegens hem, die den rechten weg gaat om de helsche strikken te ontvlieden?

Dit is de reden, waarom hij de ware bedrukte zielen* altijd tegenkomt, terwijl de toeeigenaars altijd wind en getij mede hebben.

Sluiten