is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke van deze twee standen de beste zij; zich te voeden met aach, door eene verklaring van Gods Woord, volgens uitlegging van eigene vinding, waardoor sommigen hemelhoog in hunne verbeelding opgevoerd worden; of, zich op te houden met toepassingen van eene eigendunkelijke bestiering; waardoor de eersten gevaar loopen, indien God het niet genadiglijk verhoedt, van uit hunne hoogte in eene peillooze diepte neder te vallen; terwijl de laatsten gelijk zijn aan eene deur, die zwaar op hare haken rust, met veel geraas open en dicht gaat, en onder alle bewegingen niet verplaatst wordt, maar steeds aan hare posten blijft hangen.

O Geliefde Lezer! sta daarnaar, om die dierbare verlossingsleer door en door te leeren kennen, opdat uwe ziele er o_p verliefd moge worden; onderzoek alle waarheid, ons in Gods Woord vervat, opdat gij door eigen oogen moogt zien, en niet alleen door de oogen van anderen. Doch hoewel de leer der verzoening, die in het Oude en Nieuwe Verbond vervat is, eene openbaring van God is, zoo kan hetgene daarin gelezen of daarvan gehoord wordt, niet recht, dat is, niet zaligmakend verstaan worden, dan door inwendige Goddelijke openbaring ; dit is voor velen eene beleedigende stelling, doch men moet haar noodwendig vasthouden, wanneer men over de kenmerken en eigenschappen van Christus leer recht zal denken. Toen Petrus die schoone belijdenis deed: „Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods", antwoordde de Heiland: „Zalig zijt gij, Simon! want vleesch en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, die in de hemelen is." Dat Petrus lezen kon en de Schriften had om te lezen, waren voorrechten, door vleesch en bloed verkregen, door zijne ouders en leermeesters; voorrechten, welke de Schriftgeleerden en Pharizeën, doodelijke vijanden van den Heere Jezus, met hem gemeen hadden. Het onderscheid in dezen met de Schriftgeleerden en Pharizeën was gelegen in eene openbaring der waarheid aan zijn hart, en hiervan spreekt de Zaligmaker elders: „Gij hebt, o hemelsche Vader! deze dingen voor de wijzen en verstandigen