is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verborgen, en dezelve den kinderkens geopenbaard", Matth. 16:16, 17; en 11:25. En dit strekt tot roem van Gods vrije en eeuwige liefde, die Hij aanbiedt in de verzoening in Christus, aan ellendige en doemschuldige zondaars, die geen hoop of geen pleitgrond hebben, dan die de leer der verzoening hun aankondigt in Christus, door wien zij begenadigd worden, en aangenomen zonder voorwaarde, al zijn zij de snoodste overtreders geweest; zij worden begenadigd in den Geliefde, en geen hunner ongerechtigheden zal meer gedacht worden, want zij zijn in hun Hoofd volmaakt, Col. 2 :10. En daarentegen worden de meeste achtenswaardige karakters onder de menschen verklaard geen waardij te hebben in het stuk van aanneming bij God, maar te dezen opzichte zijn alle afstammelingen van Adam gelijk, en moeten allen in hetzelfde verderf gestort worden, indien zij niet al hun vertrouwen eeniglijk stellen op' den grooten Middelaar Christus. Doch dat is een bijzonderheid van den weg der verzoening, welke de trotsche en bedorvene natuur des menschen niet anders dan wederstaan en bedillen kan, totdat het geweten waarlijk getroffen is over de zonde; en wanneer God het verstand met een gansch Goddelijk licht bestraalt, dan leert de ziel de heilige waarheden van Gods Woord kennen in haar eigen aard en eigen wezen, zooals zij gekend moet worden; waaruit dan ook voortvloeit een vernedering van de ziel voor God, met zulk een belijdenis, dat God de vrije, souvereine en rechtvaardige God is, die te rein van oogen is, dan dat hij het kwade zoude aanschouwen, en dus met geen zondaar gemeenschap kan hebben buiten Christus; maar dat Hij, behoudens al Zijne deugden, in Christus de snoodsten zondaar kan en wil en zal aannemen. O! dan leert de ziel, die tot Hem komt, eerst recht kennen, dat de zaligheid in geen ander is dan in Christus, en dus buiten den mensch; want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk. Dat lichaam herinnert ons aan Zijn Middelaarsambt, zoodat Hij als onze oudste Broeder al de volheid Gods bezit, om ze aan ons te kunnen mededeelen, naar Zijne