Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genadehand, moet gewerkt worden, aan al degenen, die voor den hemel verordineerd zijn; daarom wordt daarvan ook zoo menigvuldig in de heilige schriftuur gesproken. De Heilige Geest maalt en schildert het ons doorgaans af op allerhande manieren, ten einde het ons recht te leeren verstaan.

Zoo doet Hij ook hier in den tekst, alwaar de Heere, in eenen geestelijken zin, aldus spreekt van Zijn uitverkoren en geloovig Israël, zeggende: „dat Hij hun was als degenen, die het juk van op hunne kinnebakken oplichten." Dit aflichten van het juk van de kinnebakken van Zijn volk, is in den grond hetzelfde werk, als dat uitlaten van Sions gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, enz. Het zijn geestelijk twee onderscheidene zinnebeeldige beschrijvingen van ééne en dezelfde zaak.

Ons voornemen is, met den bijstand en zegen des Heeren, den verborgenen zin van dit heilig zinnebeeld voor uwe aandacht wat nader te verklaren, tot een ieders nuttige leering en vermaning.

Te dien eind ezullen wij 1) een weinig spreken over den letterlijken, en dan 2) wat omstandiger over den geestelijken zin onzer tekstwoorden.

A. Wat hun eigenlijken of letterlijken zin betreft, daar is niet veel moeite toe noodig, om dien te begrijpen. De Heere ziet hier op Zijn oude volk, de kinderen Israëls, en toont hun Zijn groote genade en goedertierenheid, welke Hij in den vorigen tijd aan hen bewezen had; hunne snoode ondankbaarheid en ongehoorzaamheid, die zij Hem daarvoor vergolden hadden; Zijne rechtvaardige straffen en oordeelen deswege voor eenen tijd over hen; en hunne wederkeering tot den Heere, bij het einde daarvan.

Wat des Heeren groote weldadigheid en goedertierenheid belangt, welke Hij aan Zijn volk Israël had bewezen, en hunne trouweloosheid en snoode ondankbaarheid jegens Hem, daarvan handelt God in de vier eerste verzen van ons teksthoofddeel. Hij houdt hun eerst Zijne oude liefde voor, die Hij hun, in hunne kindsheid, in

Sluiten