is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder het Evangelie; en hieruit spruit nu ook de geestelijken zin voort, die in onze tekstwoorden onder jden letterlijken zin verborgen ligt, en welke daarop neerkomt, dat de Heere Jezus, onder het Evangelie, datzelfde doet aan de harten van al Zijne ware uitverkorenen en geloovigen, door hen geestelijk te komen verlossen uit hunne zielenooden en ellende, hetgene Hij te voren onder de wet aan Israël gedaan had, door hen lichamelijk te verlossen uit hunne tegenspoeden en zware verdrukkingen. Gelijk Hij hen toen van een juk van aardsche ellende gedurig bevrijdde, zoo ook bevrijdt Hij Zijn Israël, naar den geest, nu eveneens van een drukkend en benauwend juk van geestelijke ellende. En op die wijze moeten wij den geheelen inhoud van den tekst dan nu ook oneigenlijk en geestelijk opnemen, en dan zal hij ons een zeer omstandig en leerzaam vertoog geven van het groote verlossingswerk door onzen Heere Jezus Christus, aan de harten Zijner ware geloovigen, hetwelk Zijne gezegende hand aan hen allen verricht in hunne zalige en dierbare bekeering; want dan is Hij hun ook als degenen, die het juk van op hunne kinnebakken oplichten. O, hoe verre overtreft deze geestelijke verlossing niet alle aardsche verlossingen! Want die alle zijn maar tijdelijk en kortstondig, en moeten, hoe heerlijk zij ook zijn mogen, toch eens met den dood voor eeuwig eindigen, en dan kunnen zij ons geen verder nut of voordeel aanbrengen.

Helaas I hoe menigeen ligt er nu niet voor altoos in de hel, die nochtans de heerlijkste lichamelijke verlossingen en zegeningen van God hier op de wereld genoten heeft, overmits zij dezelve, evenals de kinderen Israëls, met geene dankbaarheid aan den Heere hunnen God beantwoord hebben. Maar van deze verlossing die inwendig en geestelijk is, getuigt de Apostel, dat onze Heere Jezus Christus eenmaal door Zijn eigen bloed ingegaan is in het heiligdom, eene eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. Hebr. 9 :12. Eene eeuwige verlossing! O, dit maakt de gansche zaak eerst goed en volkomen. Ofschoon wij ook van alle jukken

Verhandeling 2