is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervloekt schepsel, en al degenen, die nog met zijn juk gebonden worden, zijn ook vervloekte schepselen. Gods gestrenge vloek en toorn volgen hen overal achterna. Vervloekt zijn hunne zielen en lichamen; vervloekt zijn al hunne werken, ja vervloekt is al hetgene, waaraan zij hunne handen slaan. Dit zien de blinde zondaars niet; want de satan weet hen zoo te njisleiden, door eene gedaante van deugd en uitwendigen godsdienst, dat als zij de woorden dezes vloeks hooren, zij zich dan zegenen in hun hart, zeggende: „Ik zal vrede hebben, wanneer ik naar mijns harten goeddunken zal wandelen," Deut. 29:19. Ach! welken wezenlijken vrede kunnen zij toch hebben, over wier zielen God den vloek heeft uitgesproken! Immers heeft Hij niet Zijnen vloek gelegd op alle zondaren, op alle ongeloovigen, en op alle slaven van den satan en de wereld! En zal dan de Heere God geen God der waarheid zijn ? Zal ook iemand Hem tot eenen leugenaar en bedrieger durven maken? — Laat maar alleen de Heilige Geest met Zijn Goddelijk en overtuigend licht in eens zondaars hart komen werken, dan zijn hier alle twistingen en tegenredeueeringen aanstonds uit; dan gevoelt de arme mensch den ondragelijken last van Gods heiligen vloek en toorn zoo zeker branden op zijne eigene ziel, als iemand, die zijne hand of zijnen vinger in het vuur steekt, gevoelt, dat het heet is; dan kan hij de bange benauwdheid van zijn gemoed met geen ding in de wijde wereld meer verzetten of verstrooien; o neen! indien Christus nu niet waarlijk een vloek -voor hem wordt, om hem van den vloek der wet te verlossen, dan weet hij zeker, dat hij voor eeuwig verloren is. Welk een onuitsprekelijk nare en rampzalige staat is het dan niet, nog gerust te liggen slapen; onder den toorn des Almachtigen Gods niet te vreezen, ofschoon er een uitgetogen gloeiend zwaard aan eenen lichten zijden draad boven ons hoofd hangt, dat ons alle oogenblikken kan vernielen en voor eeuwig in de hel doen storten! En nochtans dit is het juk des satans. „Wanneer de sterkgewapende zijn hof bewaart, zoo is al wat hij heeft in vrede," Luk. 11 :21.