is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen mond open doen, om van God en Goddelijke zaken te spreken. Ja, zelfs van vele huichelaars en geveinsde Christenen wordt het door hunne spraak genoegzaam openbaar, dat zij met hunne harten nog gebonden gaan onder het juk; dat zij het slechts van hunne kinnebakken een weinig hebben weten op te lichten en te verschuiven naar de andere zijde, om den mond wat vrijer te hebben tot spreken. Zij hebben eene soort van kunst en van gemaaktheid in hun gesprek; zij willen eenen eerbied vertoonen, welken zij niet hebben; hun spreken is ruim en opgeblazen, als zij bij degenen zijn, die zij, krimpen in, gelijk een slak, voor degenen, die zout hebben in zich zeiven, en die den huichelaar een weinig gemakkelijk over het hoofd kunnen praten; maar zij recht bezien kunnen; dan geven zij ras goede woorden ontduiken alles, stemmen alles toe, en zij zijn blijde, als zij er wel afkomen en geen aanstoot geleden .hebben.

O mijne vrienden! des satans juk is een wonderlijk juk; de ongelukkige zielen, die het moeten dragen, zijn allen met eenen stommen duivel bezeten. Dat gij zeiven spreekt, die er maar een weinig bevindelijke kennis en een smartelijk gevoel van bekomen hebt; wanneer gijlieden somtijds op posten en bij ontmoetingen gebracht wordt, waar uw arm geweten roept en klaagt, dat gij hier nu uwen mond moet opendoen, dat gij niet moogt zwijgen, omdat Gods geduchte naam, in het gezelschap waar gij zijt, misbruikt wordt; dat Christus ^heilige dienaren en vrome kinderen, en het werk des Geestes daar voor uwe ooren wordt gesmaad, gelasterd en bespot ; of dat er maar enkel ijdelheid en onnutte redenen gesproken worden, waarvan niemand eenige stichting kan ontvangen: hoe voelt mij dan uwen mond en uwe lippen niet als met eenen breidel toegesloten! Gij kunt daar dan immers zoo zitten onder het ijdele volk dezer wereld, als een die de klem in zijnen mond heeft; gij zijt vol schaamte en menschenvrees; gij durft voor Christus en Zijne zaak niet uitkomen; gij ontziet de nietige wormen van menschen, (omdat zij een weinig aanzienlijk zijn naar de wereld), veel meer dan den lioogen en