is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ten eerste onder de vleugelen van Zijne vrije genade; hij verlaat zich op de gewisse beloften Gods in het Évangelie, en hij geeft hier den Heere al de eer van zijne zaligheid en roept uit, met zijn gansche hart: „Hem, die op den troon zit en het Lam zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid." Openb. 5 :13.

Dit oprechte zielsgeloof werkt de Heere alzoo, door Zijnen Geest, in de harten van alle arme zondaren, die zalig worden, en licht hun dus het rampzalig juk der blindheid en des ongeloofs van hunne ziel af, en zoo worden zij dan nu verlosten en vrijgelatenen des Heeren. O! wat maakt dit dan in de zielen der bekeerde zondaren al aanstonds een zeer groote ,omkeering en verandering hetgeen wij nooit kunnen begrijpen, indien wij het niet zelf ondervinden.

1. Dezulken gaan nu, door het geloof en door de vrije genade Gods in Christus, aanstonds met hunne harten uit die onzalige dienstbaarheid des satans en uit die slavernij der zonde, der wereld des doods enz. O! dat helsche juk schudden zij nu, door de genade Gods, van hunne schouderen af, en ontvangen, in plaats daarvan, het zachte en liefelijke vredejuk van den Heere Jezus, Matth. 11 :29. Dan veranderen zij van meester en van leidsman, en dan ondervinden zij, hoe veel zaliger de dienst van Jezus, en hoe schrikkelijk en rampzalig de dienst van hunnen ouden meester, den satan, is. O! niets smart en berouwt hun nu meer, dan dat zij Christus niet eer gekend hebben, en hunnen hals niet eerder onder Zijn heilig en allerbeminnelijkst genade juk gebogen hebben ; zij wilden nu wel gaarne, dat het maar in hunne macht mocht zijn, aan alle menschen in de wereld bekend te maken, hoe gelukkig eene ziel is, die, door de almachtige kracht des Heiligen Geestes. den satan, de wereld en de zonde allen dienst voor eeuwig mag opzeggen en onder den rijks-schepter van den Zone van Gods liefde, zijn hart geheel mag buigen. Mochten zij nu maar de deugden verkondigen van Hem, die hen geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar