is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1:26; en nu zegt Hij: „Laat ons de menschen verlossen van het juk des satans; laat ons hen herscheppen naar ons beeld, naar onze gelijkenis."

c). Ja, de Heere helpt en verlost de arme zondaren, op Zijnen tijd. Hij doet het, als het Hem belieft. Zoo lang moet de mensch zijn rampzaligjuk dragen op zijn kinnebakken, totdat de ontferming Gods over hem komt, en het gerommel Zijns ingewands over hem wordt ontstoken, in eenen tijd van minne. Eer God de vleugelen Zijner barmhartigheid over onze zielen uitbreidt en tot ons roept: Leeft, leeft nu, o arme zondaren in uwen bloedel Legt af het onheilige juk des satans, doet aan het zachte genade-juk van Christus, en komt te voorschijn, gij gebondenen! zoo is er, in hemel of op aarde, geene kracht, die ons helpen of verlossen kan. Wij moeten met dat juk gemuilband blijven, totdat de machtige hand van den Heere der heirscharen onze banden gaat verscheuren; voordat de barensnood gekomen is, kan geene vrouw baren; maar voordat de nood en de bange barensweeën eener ware geestelijke overtuiging in de ziel gekomen zijn, kan het zonde-juk niet verbroken worden. Niet eerder, mijne vrienden, komt des menschen vrijheid, voor God zelf uit den hemel komt om hem vrij te maken; want „dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem dien Hij gezonden heeft," Joh. 6 :29. Och, dat alle gebondenen des satans, die de smarten van het juk gevoelen, hier dan een waarachtig besluit des geloofs mochten nemen om zich zeiven neder te werpen voor de voeten van den machtigen Ontfermer Christus, en tot Hem te roepen: „O mijn dierbare Heiland! nu wil ik, arm, verloren zondaar alleen op U zien en op U wachten, al zou ik dan ook in mijne banden sterven en vergaan; want nu weet ik zeker, dat mijne verlossing enkel uit vrije genade zal zijn. O! als ik nu moet sterven, Heere Jezus, in de banden van mijn juk, dan zal ik toch nergens anders sterven, dan voor Uwe gezegende voeten." Gewis, als het cfaartoe waarachtig komt met den zondaar, dan is de blijde morgenstond van den zaligen dag zijner eeuwige verlossing