is toegevoegd aan uw favorieten.

Slachtoffers der Roomsche huwelijksmoraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit aan gedacht had, dat ze even goed als een ander haar gebreken kon hebben. Nu voor het eerst vond hij haar toch niet volmaakt. Waarom had ze dat nu niet voor hem over, in schijn katholiek te worden en zou het nu werkelijk zoo verschrikkelijk zijn als hun jongen katholiek gedoopt werd? Hoeveel zedelijk hoogstaande menschen had je niet, die katholiek waren; huichelaars zouden die menschen toch zeker niet zijn. Hij zou, wanneer hij weer thuis was, er nog eens kalm over praten; den vorigen avond had Greet zich veel te veel opgewonden.

Maar ook zijn vrouw was dien dag anders, zij was teleurgesteld, omdat ze gedacht had, dat de ouders van haar man tenslotte verzoenlijk zouden zijn, als zij zagen hoe goed hun huwelijk was en zij had gehoopt, dat als het niet anders kon, haar man alles zou offeren voor haar. Ze kreeg een angstig voorgevoel, dat men hem niet los zou laten, dat Jan niet flink genoeg zou zijn en dat een bittere strijd aanstaande was. In haar twijfel ging ze naar oom Frits, die haar kalm aanhoorde en wijsgeerig het hoofd schudde.

„De vrees, mijn kind, doet een heeleboel menschen nog zoogenaamd vroom blijven. Als die er niet was, dan lag de kerk op haar rug. Daarom hebben ze het altijd over vagevuur en hel. Den Roomschen wordt het zoo gemakkelijk mogelijk gemaakt. iZe leven hun gewone leventje, ondanks de ergste zonden, waarvoor ze immers ieder oogenblik kunnen biechten, verwerven ze toch de zaligheid hiernamaals en dat is een zoete gedachte, al denken ze er waarschijnlijk nooit over na dat „eeuwig gelukkig zijn" een tegenspraak in zichzelf is, want geluk kan niet anders zijn dan iets tijdelijks, tijdelijk (met de kans het weer te worden) niet ongelukkig, tijdelijk tevreden, indien deze tegenstellingen niet tegelijk bestaan, bestaat het geluk ook niet; een eeuwige gelukzaligheid is dus een onmogelijkheid. Maar de Roomsche Kerk is, eenige groepen uitgezonderd, niets anders dan een groote stoffelijke belangengemeenschap; denk maar aan roomsche artsen, advocaten en notarissen met hun praktijk; kooplieden, vakvereenigingsbestuurders en beroepspolitici. Wie uit de kerk zou willen treden, stelt zich bloot aan gebrek en wie zal zoo dwaas