is toegevoegd aan uw favorieten.

Slachtoffers der Roomsche huwelijksmoraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vastberaden ging ze den volgenden morgen naar het Gerechtshof en vroeg vrijmoedig een van de heeren rechters te spreken. Na lang wachten werd ze eindelijk door één in raadkamer ontvangen, maar zij trof het niet, want het was een geloofsgenoot van den rechter, die eenige maanden tevoren een katholieke, hoogst fatsoenlijke vrouw, die, van haar eveneens katholieken man gescheiden, met een Protestant hertrouwd was en die de voogdij over haar uit het eerste huwelijk geboren kind gevraagd had, had toegesnauwd: ,,U bent ongeschikt die voogdij uit te oefenen. Volgens katholiek recht (de vrouw dacht, dat er in Nederland slechts één recht bestond) leeft U in ontucht. U bent niet beter dan de eerste de beste publieke vrouw van de straat".

Maar in den lande had slechts een enkel dagblad en een handjevol protestanten (de verpolitiekte, die Rome aan haar macht geholpen hadden en nog dagelijks helpen, zwegen natuurlijk) aanstoot genomen aan de onbeschaamdheid van dien rechter. Hij was niet ontslagen wegens ongeschiktheid om recht te spreken en ook niet veroordeeld wegens beleediging. Een motie van afkeuring kon in de volksvertegenwoordiging (?) geen meerderheid behalen, daar de zaak de machtige sociaal-democratische partij koud liet, uit tactische overweging blijkbaar, aangezien zij hengelde naar een bondgenootschap met de Staatspartij der Roomsch Katholieke Kerk, den ergsten vijand der vrijheid van den menschelijken geest, in plaats van aan haar revolutionnaire roeping getrouw te blijven en gelijk zij, vermoedelijk om diezelfde reden, eenige maanden later een kommunist alleen liet staan, die het durfde wagen van den paus te Rome te spreken als van een staatshoofdje en deswege op voorstel van den roomschen voorzitter uit de zaal verwijderd werd met medewerking van alle aanwezige sociaal-democraten.

Zooals gezegd, Greetje van den Bosch trof het niet. De rechter gebruikte allerlei groote woorden zonder op de zaak zelf in te gaan, maakte haar een standje, dat ze de misdaad begaan had haar man ontrouw te maken aan zijn geloof; dat de wetten van den Staat natuurlijk door alle menschen dienden te worden nageleefd, maar dat het goddelijk recht boven