is toegevoegd aan uw favorieten.

Slachtoffers der Roomsche huwelijksmoraal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gend brood en wijn, de dood van hun godsdienststichter herdachten, die een god was geweest, dat brood en die wijn veranderden in het vleesch en het bloed van die god. Ik zie al onze knappe katholieke hoogleeraar in de natuurkunde, onze rechter en onze minister zich de buik vasthouden van het lachen en ik hoor hen al voorstellen om menschen, die dergelijke dwaasheid verkondigen, op te sluiten in een gesticht voor zwakzinnigen. En evenmin als ik zullen zij ernstig kunnen blijven, als zij lezen dat pater van Ginniken in een voorrede van een van zijn werken schrijft, dat de mannen ter eere van de Heilige Maagd een blikje of een insigne op de borst moesten dragen, omdat Maria als vrouw voor die attentie gevoeliger zal zijn dan haar mannelijke Zoon. Deze afgoderij werd sommige Roomschen zelfs te bar en in de Maasbode schreef dan ook iemand — ik meen kapelaan van Dorp — dat van Ginniken dit in een volgende uitgave toch maar beter achterwege kon laten.

Uw geloof is nooit iets anders geweest dan bijgeloof; U is niet verder gekomen dan het allerprimitiefste heidendom; dat is kortgeleden nog gebleken in Spanje, waar millioenen kaarsen door Uw geloovigen gebrand werden om de hulp van allerlei heiligen in te roepen, ter verkrijging van de hoogste prijs in de Staatsloterij. Ik zeg het primitiefste heidendom, want van de wijze godsdiensten uit het Oosten kunt U nog ontzaggelijk veel leeren, vooral wat verdraagzaamheid betreft. Want die zoogenaamde verdraagzaamheid van Uw kerk is een leugen.

En toch is U misschien een edel mensch, meneer de pastoor, die graag goed doet, maar Uw tragiek en die van Uw kerk is, dat U vasthoudt aan begrippen, die zich overleefd hebben, dat U de geloovigen niet durft te zeggen dat tal van dingen in de bijbel, als zijnde onvolmaakte menschelijke geschriften, geen geloof verdienen; dat U niet durft, voor zoover noodig, een nieuwe eeredienst in te voeren, omdat U vreest, dat de menschen zeggen zullen; „Gij priesters, hebt ons dus bedrogen; waar is nu de onveranderlijkheid van de katholieke kerk, de rots der eeuwen?" U vreest, dat de menschen tot goddeloosheid en anarchie zullen vervallen; och eerwaarde,