Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langste en kortste schaduw op den middag te meten, later tot hetzelfde resultaat; maar maakten er vroeger, reeds in de zesde eeuw vóór Christus, bij hunne tijdrekening gebruik van. Daar zij bij maan-zonnejaren rekenden, voegden zij van toen af in 8 jaren drie schrikkelmaanden van 30 dagen er tnsschen in ; dus 3 X 30 = 90 dagen. Dit geeft voor ieder jaar 11{ dag, 't geen, bij de 354 gevoegd, juist ons zonnejaar uitmaakt. Door Meton (432 j. vóór C.) werden daar in plaats 19 maanjaren met 7 schrikkelmaanden ingevoerd. — Hadt gij wel gedacht, jeugdige lezer! dat in die overoude tijden , zonder één van onze astronomische werktuigen, de menschen het al zoo ver gebracht hadden ?

12.

DE JULIAANSCRE KALENDER.

Het gebrek van vroegere dagen was, dat de bepaling van den Almanak niet van de sterrekundigen afhing, maar van een dikwijls hoogst willekeurig bestuur. De oude Romeinen ten minste doen mij wel eens denken aan dien koster, die mij kwam vragen: »Wilt u ook, dat het negen ure zal zijn, of moet 't nog wat wachten ?" Zoo als die man uit beleefdheid den tijd beheerschte, en dus al de horloges der eenvoudige landlieden, die ze naar de dorpsklok zetten, liet achter gaan, zoo schijnen de Romeinsche priesters, in overleg met de regeering»

3

Sluiten