Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzettelijk het jaar verkort en de schrikkelmaanden verzuimd te hebben, in hun voordeel: want die ingelaschte dagen en maanden gaven niets. Ten laatste werd dit toch al te erg. De jaarlijksche feesten raakten geheel uit den tijd. Ten tijde van Julius César was men niet minder dan 67 dagen ten achteren !

Van toen af dagteek ent de zoogenaamde Juliaansche kalender, waarvan ik iets meer zeggen moet.

Toen Julius César met de waardigheid van dictator ook die van opperpriester had aanvaard, ontbood hij den Egvptischen mathematicus Sosigenes, om met dezen en M. Flavius den Kalender weder en beter in orde te brengen.

Eerst moest het verzuimde worden ingehaald, en werden dus tusschen November en December van het jaar 46 vóór Christus twee schrikkelmaanden ingelascht, behalve de gewone schrikkelmaand Mercedonius, zoodat deze 15 maanden, te zamen 445 dagen bevattende, wel te recht «het jaar der verwarring" zijn genoemd.

De aanvang van het eerst volgende jaar werd gesteld op de eerste nieuwe maan na den kortsten dag, schoon dit volgende jaren niet zou blijven kon, daar nu de maan-zonnejaren (met schrikkelmaanden) voor goed waren afgeschaft. Beter ware het daarom geweest , met den kortsten dag zelf het jaar te beginnen. Maar — zoo als wij vroeger zeiden —het tijdstip , waarop men 't jaar begint, is willekeurig. Van meer belang was het, dat Julius César, na aan elk gewoon jaar zijne 365 dagen gegeven te hebben, om de vier jaren een dag tusschen 24 en 25 Februari

Sluiten